Skip to content

De opstand die komen zal? Kritiek van een ultra-linkse verdwaling

15 juni 2016

comiteinvisible.1238829943 Sinds enkele jaren publiceert het Franse collectief Comité Invisible verschillende pamfletten. Een ervan droeg de naam L’insurrection qui vient’ (De opstand die komen zal). Hierin leggen ze uit dat de verpaupering, de ongelijkheid alsook een fasciserende staat zal leiden tot brede volksopstanden. Vooraleer zich ‘onzichtbaar comité’ te noemen droegen ze de naam van Tiqqun, wat verlossing betekent in het Hebreeuws en verwijst naar de strijd voor sociale rechtvaardigheid die in de messianistische traditie van het jodendom alom aanwezig was. Hun website publiceerde informatie over alle broodrellen en opstanden die her en der ter wereld plaats vonden. Enige tijd daarna publiceerden ze ook een handleiding over hoe een TGV-HST kon gesaboteerd worden. Toen dit ook effectief gebeurde in 2008 werden Julien Coupat en zijn vrienden beticht van het aanzetten tot en deelname aan sabotage. Het collectief had zich Tarnac gehuisvest – een verlaten dorp in het centraal massief – en het proces dat nog steeds gaande is – kreeg de benaming van het Tarnac-proces.

Intussen heeft het collectief een tweede boekje gepubliceerd onder de titel ‘A nos amis’ (Aan onze vrienden). In een zeer literaire-poëtische taal dragen ze een boodschap uit die de gebeurtenissen van de laatste jaren samenvatten als de voortekens van een algemene opstand van de mensheid tegen een barbaars kapitalistisch systeem. Ook dit boek werd een bestseller in Frankrijk. Enfin, toch naar de normen van de revolutionaire literatuur. Hun opstelling blijft dezelfde: kapitalisme is onleefbaar en bijgevolg zullen opeenvolgende golven van protest vroeg of laat culmineren in een soort wedergeboorte van de mensheid. De religieuze toonzetting is opzettelijk gewild. Het messianistisch gehalte eveneens en logischerwijze hebben Julien Coupat en de zijnen de attitude van profeten opgenomen. Maar zijn ze dat wel? Of beter, zijn het geen ‘valse profeten’?

Tiqqun_front_coversIn een interview gepubliceerd op Mediapart krijgen we voor de eerste keer voldoende uitleg om beter inzicht te krijgen in hun kijk op het sociale verzet. Tiqqun-Coupat & co vormen een nieuwe politieke stroming die zich ‘revolutionair’ noemt in de zuiverste vorm. Hun benadering laat zich kenmerken door een sterk anti-ideologische opstelling. Geen -ismes, ook geen anarchisme en vooral geen modellen. De strijdmethodes en politieke tradities van de 19de en 20ste eeuw worden allemaal als voorbijgestreefd aanzien.

Volgens hen is opstandigheid de sleutel tot alles. De revolte zal het land lamleggen, de economie blokkeren terwijl de repressieve krachten ontzenuwd zullen worden.  Er is geen ‘historisch subject’, geen actor, geen klasse, geen vakbond en er is ook geen duidelijk klassentegenstelling. Dit in tegenstelling tot wat bijvoorbeeld Occupy met David Graeber wel in de picture hebben gezet met ‘we are the 99%’. Er is gewoon ‘een systeem’ dat vernietigd moet worden. Democratie is altijd een alibi van de oude of nieuwe (opkomende) elites om de macht te grijpen in naam van het volk. Bijgevolg zijn zowel de representatieve democratie als de directe democratie even fake als idioot. De volksvergaderingen van #NuitDebout zijn volgens hen een zandbak die de jeugd afleidt van de echte strijd: de concrete verlamming en de fysieke confrontatie met de repressie.

Het mag gezegd worden dat het mediatiseren van Tiqqun-Coupat & co vooral wordt ingezet door regeringskringen en de rechterzijde. De regering omdat ze het sociaal verzet wil criminaliseren, de rechterzijde om te zeggen dat de PS-regering in feite veel te soft optreedt. Het mag ook gezegd worden dat les casseurs (letterlijk de vernielers) die bij elke betoging alle bankagentschappen viseren en de confrontatie met de ordediensten aangaan zich ook laten inspireren door Coupat & co. Maar het moet ook gezegd worden dat de verharding van de strijdmethodes door de CGT zoals wegversperringen, kruispuntbezettingen en blokkades in syndicale schoot werden uitgekozen en dus losstaan van Tiqqun/Coupat & co. Stakingen bij de spoorwegen, kerncentrales of raffinaderijen hebben de laatste weken een grote impact gehad. Weinig stakers zijn in staat grote delen van het economisch apparaat tenminste gedeeltelijk te verlammen. En deze acties worden door een meerderheid van de publieke opinie bijgetreden. De CGT en de andere strijdbare vakbonden gebruiken nog steeds traditionele actiemethodes die tot het arsenaal van legale actiemiddelen behoren. Het is niet omdat rechts of de regering deze actiemethodes criminaliseren dat men ineens de stap moet zetten naar échte buitenwettelijke acties. Een staking heeft de bedoeling de economie stil te leggen en te laten voelen dat het werkvolk het land doet draaien.

In het interview met Coupat & co komt de strategisch leemte van hun ultra-linkse aanpak duidelijk tot uiting. Voor hen is de volgende stap het verlammen van de presidentsverkiezingen; dat mensen niet meer meedoen. En dat deze groep dissidenten uiteindelijk een meerderheid vormt en niet meer gaat stemmen. Een soort algemene desertie en offensieve ongehoorzaamheid. Waarom niet, kan je zeggen… Maar hoe maak je de overgang van ‘opstandigheid’ naar zelfbestuur? Hoe zorg je ervoor dat de tegenstrever (de staat is in laatste instantie een bende gewapende mannen, dixit Engels) constant tegen de muur wordt gedrukt zodat je alle vrijheid behoudt om tot soeverein zelfbestuur te komen op niet-kapitalistische basis? Hoe ontwapen je economisch-politiek-fysiek de tegenstander? Op deze vragen krijg je geen antwoord al kan men raden dat de tiqqunisten geenszins gekant zijn tegen een soort permanente stadsguerrilla. In afwachting beperken ze hun verhaal tot ‘opstand = zelfbestuur’. Er is dus volgens hen ook geen nood aan zelforganisatie, aan volksraden, noch aan bezettingen van wijken, luchthavens of fabrieken en evenmin aan coördinatie.

Deze aanpak is volgens mij een gevaarlijke politieke verdwaling. Profetische boodschappen over opstanden die zullen komen leiden veelal tot een verkeerd begrip van de sociale revolte die daadwerkelijk plaatsgrijpt. Men overschat dikwijls wat er gaande is, en minimaliseert concrete taken die de strijd moeten optillen tot een hoger niveau. Op de universiteiten werden enkele collega’s en studenten in hun plotse radicalisering gecharmeerd door de sprookjes van tiqqunisten. Voor hen was sensibilisering naar al wie nog niet deelnam aan de acties gewoon ‘tijdverlies’. Het verdedigen van ‘le code du travail’, als een beschermende codex was illusoir en naïef. Moeten we soms een codex verdedigen die ook uitbuiting en loonarbeid reguleert vroegen ze zich af. Het is alsof alle sociale wetten overboord mogen gegooid worden omdat ze een loonarbeidsverhouding betreffen nog steeds meerwaardeafpersing impliceert. Kortom, hun verhaal leidt tot de weigering om nog eisenbundels uit te werken. Ze zijn hierin niet de enigen. Ook andere ultra-linkse stromingen stellen dat er vandaag niets anders moet gebeuren dan doelwitten uit te kiezen: bankagentschappen vernietigen, aandeelhoudersvergaderingen verstoren, repressiemiddelen bekampen. Eisen hoeven er niet te zijn want we verwachten ‘toch niets van deze instellingen noch van de huidige politieke kaste’… Deze aanpak veronderstelt dat agerende minderheden, via commando-achtige acties die een praktische boodschap uitdragen, ervoor kunnen zorgen dat steeds bredere groepen de strijd zullen vervoegen. Een totaal verkeerde inschatting van de realiteit die veel weg heeft van het ‘kleinburgerlijk ongeduld’ van de jaren ’70.

De voorspelling van ‘de opstand die komen zal’ vertaalt zich uiteindelijk in een opeenvolging van kat-en muisspelletjes met de oproerpolitie, een confrontatie met de politie en de vernieling van talloze vitrines. Een soort stadsguerrilla die zich in de omgeving van betogingen ontwikkelt. Soms leidt dit ook tot spectaculaire acties zoals de nachtelijke betoging ‘Apéro chez Valls’ waarbij 5000 jongeren door de straten van Parijs trokken met de slogans ‘Paris, reveille-toi, soulève toi’ (Parijs, wordt wakker, rebelleer!). Maar twee maanden later zijn er in Parijs nog steeds geen barricades…

Intussen gebruiken zowel de media als de regering alle feiten die ze kunnen om de gehele protestbeweging tegen de wet El Khomri te discrediteren. Gelukkig is dat tot dusver niet of amper gelukt. Al heeft de vernieling van 200m glaswerk van een publiek kinderhospitaal bij afloop van de laatste grote betoging van 14 juni de casseurs wel in diskrediet gebracht.

TeerynsoproepOok in België weerklinken soms oproepen tot sabotage – al behoren ze meer tot de categorie van politieke kunst. Onlangs publiceerden de vrienden van Socialisme21 op hun website een oude tekst van Emile Pouget die oproept tot dergelijke acties. Goede historici van de arbeidersbewegingen weten echter dat deze oproep een contraproductief effect heeft gehad, zowel op de strijd als op bewustzijn. Pouget en de zijnen publiceerden in 1909 “Comment nous ferons la révolution”, een anticipatieve roman die aankondigde hoe een algemene staking aanleiding zou geven tot een volksopstand. Wanneer de toenmalige anarcho-syndicalistische CGT de datum van dé algemene staking lanceerden werden er 12.000 syndicalisten preventief opgepakt en was er van een staking geen sprake meer…

$_35Natuurlijk zijn er ook échte algemene stakingen geweest, in Frankrijk en niet het minst in België waar de werkende klasse van een algemene staking een habitus wist te maken. In 1936 vinden er in beide landen een algemene staking plaats. In Frankrijk ging dit gepaard men groot aantal bedrijfsbezettingen. Een volksfront-regering werd door een stakend electoraat aangemaand werk te maken van belangrijke structuurhervormingen. Het patronaat vreesde controle te verliezen over haar productiemiddelen en aanvaardde zowel de 40uren week en als drie weken ‘congé payé’ (betaald verlof). In Belgenland barste de algemene staking van 1936 begin juni los na de moord op twee antifascistische militanten Albert Pot en Theofiel Grijp en gaf ze aanleiding tot gelijkaardige historische overwinningen (verhoging van het minimumloon met 8%, de 40uren week en zes dagen betaald verlof). Deze (en andere) algemene stakingen kenmerken zich door een écht spontaan karakter (‘de maat is vol’) waarbij vakbonden de strijd structureren en coördineren zonder dat men vooraf weet waar en hoe men zal ‘landen’. Vandaar ook het ordewoord ‘tot de finish’.

Sabotagedaden zijn er in het verleden natuurlijk al wel geweest maar dan vooral onder nazi-bezetting. Bij de grote staking van 60-61 dreigde de Waalse syndicalist André Renard zowel de hoogovens uit te doven (en dus ten dele te vernietigen). In de praktijk gingen de stakers niet verder dan het vermenigvuldigen van wegversperringen en het veroorzaken van elektriciteitspannes. Ook vandaag zijn er in Frankrijke acties geweest die door de rechterzijde en de regering als ‘sabotage’ worden veroordeeld maar in de praktijk deel uit maken van een strategie van verlamming van de economie. Kortom, sabotage is een tactisch actiewapen waarvan het gebruik maar effectief wordt van zodra het legitiem is voor de actievoerders én voor brede lagen van de bevolking. Overigens kan ook vast gesteld worden dat sabotage altijd plaats vindt zonder dat er een oproep aan vooraf is gegaan en ook dat is geen toeval. Oproepen tot sabotage is waarschijnlijke de beste wijze om de preventieve repressie te veroorzaken en te verhinderen dat dergelijke acties plaatsvinden, voor zover ze aanwezen zouden zijn.

10385490_815709431814787_5878568283544780830_nDe ultra-linkse verdwalingen verschijnen ten tonele wanneer protest en verzet de kop opsteken in een sfeer van wanhoop en verwarring. Of op momenten dat sociaal verzet nog geen bewust karakter en praktische organisatievormen heeft gekregen. Op momenten waarbij onduidelijkheid domineert inzake wat te doen en hoe dit te doen. Ultra-linkse acties lopen mijlen ver vooruit op het bewustzijn en dragen ook niet bij tot het verhogen van dit bewustzijn. Terwijl dit net de échte inzet is voor al wie de strijd au sérieux neemt…

Na een brede protestgolf in 2014-2015 kwam er een pauze. Nu de federale regering opnieuw de strijdbijl heeft opgegraven en naast besparingen ook de arbeidsmarkt wil ‘hervormen, lees flexibiliseren, kan de dicussie over hoe we deze strijd zo efficiënt mogelijk voeren moeilijk uit de weg gaan. In een volgende bijdrage staan we stil bij de sterktes en zwaktes van de andere opties die ter linkerzijde en in de vakbeweging verdedigd worden.

Brussel/Parijs – 15 juni 2016

 

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: