Skip to content

Besparingen kosten ons meer dan ze opbrengen

14 december 2014

geschreven in samenwerking Laurens Deprez (vorser, werkzaam binnen het ITN Marie-Curie programma ‘Changing Employment’ en de Universiteit Evry-ParisSud)

Volgens schaduwpremier Bart De Wever zou er met een vermogenswinstbelasting nog steeds bespaard moeten worden. Toegegeven, besparen doet pijn, maar wanneer de economische groei terug aantrekt zal niemand er nog over klagen. Deze boodschap, variërend naargelang de boodschapper maar in essentie steeds dezelfde, is zowat de Tibetaanse gebedsmolen van de regering Michel geworden. There is no alternative.

Intussen is men bij het IMF overtuigd dat de besparingsdogma’s niet alleen de crisis bestendigen, maar ze zelfs verergeren. In 2012 publiceerde het IMF een “World economic outlook”[1] waarin ze het effect van fiscale multiplicatoren herzien. Zoals de naam doet vermoeden heeft dit te maken met het uitgangspunt van economie zelf: hoe halen we maximale winst uit die ene euro die we uitgeven. Elke soort uitgave, dus ook de overheidsuitgaven, beschikken over een multiplicator. Onder invloed van de monetaristische stroming binnen de economische wetenschap werd lange tijd ervan uitgegaan dat voor elke euro uitgaven die de overheid deed, er slechts 50 cent gegenereerd werd. De multiplicator was dus 0,5. Dit was één van de theoretische grondslagen voor de rechterzijde om te zeggen dat de overheid inefficiënt was vergeleken met de privé sector. Vanuit deze veronderstelling werden aanbevelingen, voorspellingen én soberheidspakketten opgesteld: immers, als elke som geld uitgegeven door een overheid maar 50% rendement heeft is het veel beter om ervoor te zorgen dat de privé sector zoveel mogelijk geld in handen houdt, zij kan daar immers veel efficiënter mee omspringen. Het is ook vanuit deze theorie dat men vasthoudt aan besparingen in plaats van overheidsuitgaven, aan belastingvermindering in plaats van extra fiscale inkomsten voor de staat. Hoe minder geld de overheid uitgeeft én verwerft, hoe efficiënter en dus beter voor iedereen.

Multiplicator groter dan verwacht

Maar het IMF-rapport van 2012 stelt dit alles in vraag. “De belangrijkste vondst, gebaseerd op data van 28 economieën, is dat de multiplicatoren die gebruikt werden om economische groeivoorspellingen te doen systematisch, afhankelijk van de bron en methode van economische groeivoorspelling, met 0,5 tot 1,2 te laag zijn geschat sinds het begin van de crisis in 2008. Informeel bewijs suggereert dat de multiplicator die systematisch gebruikt werd voor deze voorspellingen rond 0,5 lag.” Verder wordt gesteld dat “resultaten aantonen dat multiplicatoren eigenlijk tussen 0,9 en 1,7 lagen sinds het begin van de crisis in 2008. Deze vondst is consistent met ander onderzoek dat aantoont dat tegen een achtergrond van substantiële economische vertraging, een monetair beleid verlamd door de 0% grens[2], en gesynchroniseerde fiscale ingrepen in verschillende economieën tegelijk, multiplicatoren boven 1 kunnen liggen. (p.43)

Een paar maanden later publiceerde Olivier Blanchard, de hoofdeconoom van het IMF samen met Daniel Leigh, “Growth Forecast Errors and Fiscal Multipliers”.[3] Daarin werd verder onderzoek aangevoerd dat aantoonde dat er een aantal redenen waren om aan te nemen dat de multiplicator veel hoger was dan eerst vermoed. De fiscale multiplicators zijn groter zijn wanneer de economische groei laag is en wanneer ze geassocieerd worden met overheidsuitgaven benaderen ze 2,5 in tijden van recessie.

Verkeerde groeiprognoses

Sinds 2010 zijn alle groeivoorspellingen systematisch verkeerd. Ook in België, tot zeer recent, liggen de groeiprognoses altijd hoger dan wat zich in de realiteit voordoet. Onlangs heeft de Nationale Bank de economische verwachtingen flink naar beneden bijgesteld. Voor 2015 gaat men nu uit van een economische groei van 0.9 procent, in plaats van 1.6 procent voordien. In 2016 zou de economie maximum met1.4 procent groeien, in plaats van de voorziene 1.7 procent. Volgens Olivier Blanchard en Daniel Leigh zijn de al te optimistische prognoses makkelijk te verklaren. De systematisch verkeerde groeivoorspellingen zijn het gevolg van berekeningen aan de hand van verkeerde multiplicatoren: “In feite moeten fouten in groeivoorspellingen systematisch gecorreleerd worden met besparingsmaatregelen.”.

De econometrische studies van het IMF situeren vanaf nu de multiplicator tussen 1.6 en 2.5 afhankelijk van de ‘prijs van het geld’ en de aard van de besparingen. Het samengesteld effect van alle maatregelen is altijd moeilijk in te schatten te meer dat de impact van maatregelen in de buurlanden ook meegerekend moet worden. De politieke conclusie is wel eenduidig: vandaag zal elke besparing om het begrotingstekort te verminderen in feite een averechts effect hebben. Minder uitgaven betekent minder economische activiteit en dus minder fiscale inkomsten.

De besparingsmaatregelen van de regering Michel en Bourgeois komen op een totaal van 13,3 miljard euro. Indien we hierop een multiplicator van 1.6 à 2.5 toepassen zal de economie 21,28 à tot 33,25 miljard euro schade lijden. Besparingen kosten meer dan ze opbrengen.

Dit heeft uiteraard ook een impact op de schuldgraad (verhouding schuld/BBP). Vermits het BBP stagneert of krimpt zal het ‘dood gewicht’ van de staatsschuld toenemen. In de heersende logica betekent dit dat er nog meer besparingen nodig zijn. Een vicieuze cirkel die zowel de aanhoudende crisis als het begrotingstekort zullen bestendigen en verergeren. Tegen deze achtergrond, en met een politiek van besparingen die zich over heel Europa uitspreidt, is het natuurlijk niet zo verwonderlijk dat de EU jet zorgenkind is van de wereldeconomie. ondanks alles blijft de crisis al meer dan 7 jaar aanslepen.

Overheidsuitgaven zijn goed voor de economie

Bewindslui en hun kabinetten moeten dringend de realiteit onder ogen zien. Niet een denkbeeldige realiteit die gekleurd wordt door een ideologische vooringenomenheid maar gewoonweg de feiten. Het is bewezen dat overheidsuitgaven in de vorm van lonen voor ambtenaren en onderwijzend personeel, gezondheidszorg en sociale zekerheid de conjunctuur veel meer te goede komt dan tot nu toe werd aangenomen, zelfs zo goed dat ze meer opbrengen dan ze kosten. Omgekeerd, en niet onbelangrijk in deze tijd van harde besparingen, het snoeien in overheidsuitgaven brengt veel meer schade toe dan oorspronkelijk werd aangenomen: voor elke euro die we niet uitgeven verliezen we 1,6 tot 2,5 euro.

Natuurlijk moeten overheidsuitgaven relevant zijn vanuit maatschappelijk oogpunt. Goed bestuur betekent omzichtig en rationeel omspringen met het geld van de belastingbetalers. De overheidsuitgaven moeten het algemeen belang dienen. De ecologische transitie is niet alleen ‘goed voor iedereen’ maar ze is bovenal hoogdringend. Het is niet voldoende de markt aan te sturen. De overheid en burgers moeten de handen in elkaar slaan en het zelf doen. Dit vergt een massale financieringsopdracht en de huidige besparingslogica staat hier haaks op. Minder ongelijkheid is ook goed voor iedereen, zoals Richard Wilkinson en Kate Pickett bewezen hebben. Sociale uitgaven ondersteunen de buffers die de samenleving nodig heeft om de destructieve impact van de crisis tegen de gaan. Zonder sociaal vangnet zou 35% van de bevolking in armoede leven en ook dat zou de economie kopje onder duwen.

Wie nog steeds aanhoudende besparingen wil uitvoeren, ondanks het bewijsmateriaal van het IMF, hypothekeert onze toekomst. Besparingen kosten meer dan ze opbrengen en beschadigen het economisch weefsel. Besparingen zijn in feite deel van het probleem en bijgevolg zeker niet dé zaligmakende oplossing.

[1] World economic Outlook October 2012: Coping with high debt and sluggish growth, IMF, 2012 http://www.imf.org/external/pubs/ft/weo/2012/02/pdf/text.pdf

[2] Hiermee wordt bedoeld dat in een situatie waarbij nationale banken aan 0% interest geld lenen in de hoop economische groei te genereren in de vorm van goedkoop krediet aan bedrijven, ook niet lager dan 0% kunnen zakken. In die situatie moet men dus kijken naar andere methodes dan puur monetair beleid om economische groei te genereren, bijvoorbeeld fiscaal beleid in de vorm van overheidsinvesteringen –of besparingen.

[3] Growth Forecast Errors and Fiscal Multipliers, IMF working paper, 2013 http://www.imf.org/external/pubs/ft/wp/2013/wp1301.pdf

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: