Skip to content

Een balans van de verkiezingen: van krachtmeting naar status quo?

1 juni 2014

Het stof is gaan liggen. De moeder van alle verkiezingen heeft plaats gevonden. Paradoxaal genoeg duwt de uitslag ons in het hoekje van een status quo. Een bijdrage tot de balans van en voor de linkerzijde.

  1. N-VA herschikt de rechterflank van de rechterzijde.

Met 34% van de stemmen van het Nederlandstalige landsgedeelte behaalde de N-VA een electorale overwinning, zoveel is duidelijk. Maar dit gebeurde ten koste van wat op de rechterflank van de N-VA bestond en bewoog. Vlaams Belang verliest 4,5% ten opzichte 2010 (-250.000 stemmen) terwijl LDD 120.000 kiezers verliest. De stemmenwinst van de N-VA is kleiner dan de optelsom van het verlies van N-VA en LDD (van 1.135.000 naar 1.366.000).

Zoals opgemerkt door verschillende commentatoren zit N-VA vandaag in een moeilijke positie. Reeds tijdens de campagne nam ze een bocht waarbij het confederalisme als secundair werd aanzien ten opzichte van een programma van sociale afbraak. Dit terwijl ze oorspronkelijk van het confederalisme de inzet van de verkiezingen wou maken. De keuze was volgens haar ‘aanmodderen of België 2.0’ (zijnde confederalisme). Ondanks deze binnenwaartse bocht wekt de N-VA bij heel wat Franstalige partijen aversie op waardoor een rechtse regeringscoalitie een heikele zaak wordt. De N-VA kan bijgevolg haar overwinning moeilijk verzilveren zowel via regeringsdeelname als via oppositie.

Open VLD heeft een rechts sociaaleconomisch programma willen combineren met de populariteit van het anti-humaan asielbeleid van Maggie De Block. Dit heeft enkel in Vlaams Brabant manifest positieve resultaten opgeleverd (+10% ofte +120.000 stemmen enkel en alleen in deze provincie) want globaal stijgt de partij amper (van 8,6% naar 9,7%). De winst in Vlaams Brabant gebeurt ten koste van VB en sp.a, en slaagt er niet in N-VA te stuiten die ook in deze provincie aangroeit.

In het centrum weet de CD&V de schade te beperken. CD&V heeft een rechts programma weten te combineren met een campagne in het centrum. Inzake federale verkiezingen slaagt zij erin haar score op te trekken (+80.000 temmen ofte +0,76%) terwijl ze op het niveau van het Vlaams Parlement een verlies van 2,4% ofte 80.000 stemmen moet incasseren.

grafiek2014Vl

2 – Een linkerzijde die afbrokkelt en zich herschikt

Sommigen situeren de sp.a in het centrum of zelfs ter rechterzijde. Dergelijke benadering lijkt ons ongenuanceerd en vertroebelt de analyse. Ze lijdt tot verkeerde besluiten, prognoses én tot politiek isolement. Wanneer enkel PVDA en Groen als links worden aanzien ontstaat een beeld waarbij de voornaamste breuklijn zich tussen ‘écht links’ en de ‘traditionele partijen’ situeert en bijgevolg wordt nog amper 10% van het electoraat aanzien wordt als behorend tot het ‘goede kamp’. Dit maakt het onmogelijk brede lagen van de bevolking aan te spreken en heeft een zelf-isolerend effect.

Symmetrisch, wanneer men de sp.a als de enige nuttige linkse stem voorstelt, dan wordt men steeds opnieuw gegijzeld door het minste kwaad, coalitievorming mét rechts en de uitvoering van een centrumrechts beleid. Bijgevolg verdwijnt verandering achter de horizon en laat men proteststemmen over aan rechts en uiterst rechts. Op deze weg verder gaan – of terugkeren zoals Erik De Bruyn voorstelt – stemt overeen met het opbranden van alle hoop die nog terug te vinden is in de schoot van traditionele arbeidersbeweging.

De sp.a is een sociaaldemocratische partij die, in functie van de krachtsverhoudingen, een beleid aanvaardt dat zich in het centrum situeert maar er steeds ook voor zal zorgen dat haar bestaansreden niet ondermijnt wordt. Zij heeft bijgevolg een campagne gevoerd met linkse accenten en dito voorstellen zonder het mede door haar gevoerde saneringsbeleid in vraag te stellen. De PVDA uitgezonderd was de sp.a samen met Groen de partij die het minst wil besparen…

De sp.a heeft de schade weten te beperken. In de federale verkiezingen zakt zij van 602.000 stemmen naar 595.000. Zij verliest voornamelijk in Antwerpen (-2,75%, of -25.000 stemmen), mede ten gevolge van het goedkeuren van de Oosterweelverbinding (BAM-tracé). In Limburg (17,7%) behoudt de sp.a een sleutelpositie ter linkerzijde. In West-Vlaanderen boekt zij winst (+2,5%) en stijgt ze tot 17,4%. Ook in Oost-Vlaanderen weet de sp.a schade te beperken (-0,8%, nu op 13,4%), ondanks de scheurlijst van de voormalige Aalsterse afdeling (slechts 2200 stemmen ofte 0,23% in de provincie).

grafiek2014FrGroen groeit bij deze stembusgang, zij het op beperkte wijze met ongeveer +2% ofte +80.000 stemmen (Vlaams Parlement). Bij de federale verkiezingen is de winst kleiner (+1% ofte 60.000 stemmen). Met minder dan 10% haalt Groen dus evenmin een slag thuis want nergens steekt zij de sp.a voorbij. Groen blijft een stedelijk fenomeen, en in de mate dat CD&V haar centrum-electoraat grotendeels behoudt kan Groen enkel groeien via de jongeren die voor het eerst gaan kiezen of ten koste van andere formaties ter linkerzijde (sp.a en PVDA). Beide fenomenen hebben zich voor gedaan, zij het op beperkte schaal. Groen heeft minder de kaart van de interne linkse concurrentie getrokken dan de sp.a en de PVDA maar haar groeipotentieel bij CD&V electoraat bleef beperkt. De electorale winst dus ook.

In Vlaanderen zijn de resultaten van de PVDA eervol doch in menig opzicht ook teleurstellend. Ten opzichte van 2010 is de aangroei significant maar ten aanzien van de provinciale verkiezingen van 2012 is ze redelijk beperkt. In 2012 behaalde PVDA 37.380 stemmen in provincie Antwerpen terwijl ze er nu 51.600 verkrijgt de federale. In de andere provincies heeft de stijging vooral plaatsgevonden tussen 2010 en 2012.

Ondanks een sterke aanwezigheid in de media, verschillende boegbeelden en een militante aanwezigheid op het terrein blijft de PVDA+ onder de kiesdrempel steken, ook te Antwerpen. ‘Ons verhaal slaagt aan maar onvoldoende’ was de conclusie van Peter Mertens.

De verklaring hiervoor is driedeels:

1-           de onvoltooide vernieuwing van het ideologisch referentiekader, getuige hiervan het uitstellen van het ideologisch congres wat zich vertaalde in een minimumprogramma dat zich voornamelijk gericht heeft op de kwestie van herverdeling;

2-           een beperkte verruiming van haar draagvlak. Getuige hiervan de PVDA+ formule met enkele onafhankelijken en SAP’ers, dit in tegenstelling tot de formule PTB-GO! in Franstalig België waarbij politieke krachten zich ook als dusdanig konden manifesteren achter een verruiming van de benaming van de lijst;

3-           last but not least, de sectaire benadering in de aanloop naar de campagne waarbij de PVDA zichzelf stelselmatig als ‘een alternatief voor de sp.a’ presenteerde, en dus impliciet de vervanging van de ene “pseudo” linkse partij door een nieuwe “écht linkse partij” beoogde. Dergelijke benadering laat het gevecht tegen de N-VA over aan de sp.a en lijdt onvermijdelijk tot zuurstofgebrek zolang de globale krachtsverhoudingen niet veranderen. De PVDA had eerst haar pijlen op rechts moeten richten en zowel sp.a als Groen kunnen meesleuren in een linkse frontvorming rond sleutelkwesties zoals herverdeling, rechtvaardige fiscaliteit, jobcreatie en een beperking van CO2 uitstoot. De kritiek op het uittredend beleid moest daarom niet ingeslikt worden maar kon zich beperken tot een formule zoals “stemmen voor PVDA betekent zich verzetten tegen de voortzetting van het gevoerde beleid, van de loonstop tot afbouw van het werkloosheidsverzekering”.

De PVDA-PTB kan zich vandaag optrekken aan de politieke doorbraak in Franstalig België en kan haar unitaire en perfect tweetalige structuur en woordvoerders inzetten in gans het land. Ze riskeert echter ook ervaren te worden als een unitaire partij die weinig oog heeft voor het streven naar zelfbestuur dat zich in Vlaanderen nadrukkelijker manifesteert dan elders in het land. Het is niet met een unitaire partij dat je stemmen kan halen bij het N-VA electoraat. Een radicaal-democratisch federalisme lijkt mij meer gepast aan de Belgische configuratie. Indien zij doorzet op een unitaire koers (wat onvermijdelijk met de Belgische driekleur wordt vereenzelvigd) is het risico groot dat er in 2018 in Vlaanderen minder stemmen worden behaald dan op 25 mei…

3 – De uittredende coalitie wordt voornamelijk in Franstalige België gesanctioneerd

In tegenstelling tot andere West-Europese landen werden de regerende coalities in Vlaanderen en Brussel niet geheel afgestraft wegens hun gevoerd beleid. In Wallonië worden Ecolo en PS wél gesanctioneerd. De PS verliest nagenoeg 100.000 stemmen (bijna 2%) en Ecolo evenveel (-2%) Dit gezamelijk verlies van 200.000 kiezers wordt niet gecompenseerd door de score van de PTB-GO, die maar met de ghelft ervan aangroeit (+100.000 ten opzichte van 2010). Waarschijnlijk heeft dus ook een deel blanco of uiterst rechts gestemd (PP en La Droite).

De Franstalige groene partij Ecolo – dat zich de laatste tijd als een tamelijk kleurloze beleidspartij manifesteerde en geleid wordt door een zeer gematigde tandem – zakt weg van 18,5% naar 8,6% bij de regionale stembusgang in Wallonië. De PS verliest een pak minder stemmen – van 32,7% naar 30,9% – en wist haar verliest te beperken dankzij het argument van het indammen van de verrechtsing. Zij heeft op handige wijze gebruik gemaakt van de het argument van een institutionele chaos om half ontgoochelende kiezers alsnog niet te verliezen. Dit zijn overigens geen valse argumenten zonder dat ze daarom een antisociaal besparingsbeleid rechtvaardigen.

De constante polarisatie die N-VA verzaakt sinds 2010 heeft ervoor gezorgd dat de rechts-links breuklijn in feite meer dan voordien doorweegt in het stemgedrag. De manifeste wil om België te doen verdampen, zij het na de terugbetaling van de overheidsschuld, heeft paradoxaal bijgedragen tot een “belgicisering” van het politiek gebeuren. Dit vertaalde zich in tweetalige debatten, talrijke opiniebijdragen van Franstalige en Nederlandstalige commentatoren om de perspectieven van het andere landsdeel te duiden.

De door N-VA opgezochte polarisatie “je bent met ons of je bent bondgenoot van de PS” is de facto mislukt tijdens de campagne. Dit is ook het gevolg van een patronaat dat haar geweer van schouder veranderde in het najaar 2013. Toen reeds riep VOKA, gevolgd door VBO, op om van het ‘sociaaleconomisch herstel’ de prioriteit te maken. Maar de krachtmeting voeren op dit terrein heeft eerst de sociaaldemocratie en in tweede instantie ook de christendemocratie in staat gesteld weerstand te binden onder het motto van sociale welvaart of redelijke saneringen. Deze weerstand vertaalde zich op haar beurt in een vervaging van de antisociale N-VA standpunten.

De doorbraak van PTB-GO! is een positief gegeven. Deze vindt plaats in een context waar het liberaal-conform beleid van de PS en Ecolo hun respectievelijke achterban tegen de borst stoot. De sociaaleconomische crisis gaat veel dieper dan in Vlaanderen en vele maatregelen worden als onaanvaardbaar en onrechtvaardig ervaren. Links is cultureel hegemonisch in Wallonië en dit vergemakkelijkt een transfer van stemmen naar PTB-GO. Na jarenlange geduldige inplanting in volkswijken en fabrieken, de opbouw van een geloofwaardigheid in de ogen van de syndicale linkerzijde en de constructieve samenwerking met andere componenten, heeft PTB de geloofwaardigheidsdrempel bereikt van waaruit ook de kiesdrempel kon overwonnen worden. Met 2 federale verkozenen, 4 Brusselse en 1 à 2 Waalse maakt zij nu deel uit van de politieke vertegenwoordiging. Wat haar zowel verantwoordelijkheden oplegt als uitdagingen aanbiedt.

4 – Naar een status quo met een toenemende links-rechts polarisatie op de achtergrond

Na de krachtmeting volgt de regeringsvorming. De keuze wordt vandaag gereduceerd tot enerzijds een rechtse coalitie (N-VA, CD&V, Open VLD en MR en CDH) en anderzijds een voorzetting van een tripartite een centrum-cabinet (PS-sp.a, CD&V en CDH en MR-Open VLD). De toevoeging van Groen of Ecolo lijkt onwaarschijnlijk, beidt te weinig extra-zetels en is overbodig vermits er geen staatshervorming in het verschiet ligt.

Het spreekt vanzelf dat we een voorkeur moeten geven aan een centrum-regering boven een rechtse coalitie van sociale afbraak. Het is echter verre van zeker dat dergelijke rechtse coalitie de sociale vrede zou weten te bewaren of de krachtmeting met de syndicale beweging zou winnen, wel integendeel. Dit verklaart ook waarom het patronaat de voorkeur geeft aan de verderzetting van de gestage ontmanteling van de sociale verworvenheden van de 20ste eeuw en de uitvoering van het Europees besparingsprogramma.

N-VA buiten de machtssfeer houden zal ondanks de electorale overwinning niet moeilijk zijn, mede omdat deze electorale overwinning gebeurde ten koste van het Vlaams Belang en LDD en niet van uittredende coalitie.

 De échte moeilijkheid voor PS en sp.a situeert zich in het uitvoeren van een sociaal en progressief beleid, omdat dit in coalitie zal gebeuren met MR-OpenVLD en CD&V-CDH en omdat dit zal plaats grijpen in een algemeen rechts-liberaal klimaat waarbij de N-VA in Vlaanderen de toon zet op een aantal vlakken. Deze opdracht kan enkel aangevat worden indien PS-sp.a expliciet kiezen om dergelijke sociale koers te varen en de obstakels die zich op deze weg bevinden te overwinnen. Moet het nog gezegd worden, dergelijke koers zal botsen met het eurosoberheidsbeleid, met het TTIP vrijhandelsakkoord en de verdere deregulering / vermarkting van sociale bescherming.

Na de relatief linkse campagne zal het uur van de waarheid dus snel komen. Ofwel slaat de PS en sp.a dezelfde weg op als François Hollande, met een competiviteitspact dat het patronaat miljarden cadeau doet. Ofwel kiest zij voor een koerswijziging wat onvermijdelijk tot spanningen zal lijden met de rechtervleugel van de regeringscoalitie. Ook dit moet vandaag voorzien worden opdat er zo spoedig een linkse of centrumlinkse wisselmeerderheid tot stand kan komen.

5. Een nieuwe agenda voor de linkerzijde

 Vandaag zou de politieke en syndicale linkerzijde stappen moeten ondernemen om, in gans België, een front van verzet tegen het besparingsbeleid uit te bouwen. En in feite zou er zo snel mogelijk een eerste schot voor de boeg afgevuurd moeten worden. Want het gevecht dat zich tijdens de verkiezingen heeft afgespeeld tussen kapitaal en arbeid gaat verder. Nu reeds proberen VOKA en VBO hun agenda erdoor te duwen rond verlaging van de loonkosten en de verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt. Indien een centrumlinkse tot stand komt – wat het meest waarschijnlijke scenario is – dan moet er niet geaarzeld worden om te wegen op het te onderhandelen regeringsakkoord. Het vrijhandelsakkoord tussen de VS en de EU is een tweede front waarop gestreden zal moeten worden, gezien dit ongeziene sociale dumping zal veroorzaken zonder daarom bij te dragen tot tewerkstelling. Het offensief van het kapitaal kan maar gecounterd worden indien er aan de overzijde een duidelijke repliek komt. Er is nood aan een offensief programma rond rechtvaardige fiscaliteit, arbeidsherverdeling, een openbare kredietinstelling, klimaatjobs en grendels op de Europese sociale dumping.

De tweede taak bestaat erin de culturele en ideologische hegemonie van het neoliberalisme te ondermijnen en een tegen-hegemonische kracht uit te bouwen. Dit is een zeer moeilijke taak in Vlaanderen omdat de N-VA zich kan wentelen in de rol van anti-establishment partij, ‘aan de kant van het volk en tegen de gevestigde orde’. Om het N-VA-monopolie op dit terrein te betwisten is het nodig te kiezen voor een vernieuwende en offensieve aanpak waarbij de politieke-institutionele kwesties niet worden gemeden. Dit betekent hoegenaamd niet opteren voor een links flamingantisme zoals de Gravensteengroep vooropstelt. Wel vergt dit het ontwikkelen van een radicaal-democratische (republikeinse) kritiek op de dictatuur van de financiële markten, de banken en oligarchie die de democratie steeds meer overschaduwen. Naast deze kritiek is het nodig een alternatief mensbeeld en samenlevingsmodel te verdedigen waarbij het solidariteit, samenwerking, het goede leven (el buen vivir), gelijke vrijheid voor iedereen en duurzaamheid de overhand krijgen op concurrentie en survival of the fittest.

bronnen http://blogs.politique.eu.org/Paradoxes-electoraux

http://www.vlaanderenkiest.be/   en http://verkiezingen2014.belgium.be/nl/

Advertenties
One Comment leave one →
  1. Dirk Weyn permalink
    1 juni 2014 15:36

    kleine opmerking: in de eerste alinea: verlies van N-VA, moet eig. zijn verlies van VB. geen dank :p

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: