Skip to content

Basisinkomen, impasse of nooduitgang?

22 januari 2014

images-1Basisinkomen krijgt de laatste tijd nogal wat aandacht. Waar gaat het over? Een basisinkomen is een uitkering die op onvoorwaardelijke wijze aan alle personen wordt gegeven, van de geboorte tot de dood. Het is een inkomen dat een waardig leven dient mogelijk te maken en dat los staat van een betaalde arbeidsprestatie in loonverband. In haar meest uitgewerkte vorm zal dergelijk inkomen, gefinancierd via belastingen, de plaats innemen van de sociale zekerheid.

Het basisinkomen heeft voorstanders ter linker- en rechterzijde, voornamelijk onder ultraliberalen.  Rechtse en linkse voorstanders zijn het er over eens dat het basisinkomen ‘bevrijdend’ is; dat het levensmodel gericht op betaalde arbeid wordt verlaten omdat men eindelijk vrij is te kiezen voor een levensstijl die het best bij jezelf past. Het inkomen garandeert deze vrijheid van keuze, althans zo wordt gedacht.

Linkse voorstanders aanzien het basisinkomen als een alternatief op de ‘crisis van de verzorgingsstaat’ omdat al wie geen werk heeft nog steeds in staat zal zijn waardig te leven. Het basisinkomen beëindigt de jacht op de werklozen, het stigmatiseren van ‘niet werkenden’ of het tegen wil en dank verplichten te werken in meestal jobs.

gastonlagaffe-com-03Volgens de rechtse voorstanders is het basisinkomen een perfect middel om de loonkost te drukken vermits de betaling van het loon begint waar het basisinkomen stopt. Dit kan volgens liberalen de ‘competitiviteit’ enkel ten goede komen. De financiering van het basisinkomen zou moeten gebeuren via een verhoging van de BTW-inkomsten en het besparen op alle nutteloze uitgaven die vandaag aan de functionering van de sociale zekerheid worden besteed.

Het onvoorwaardelijk basisinkomen heeft voor werkgevers het voordeel dat alle sociale uitkeringen (werkloosheid, leefloon, uitkeringen voor gehandicapten, pensioenen) vervangen worden door één enkele uitkering. De mogelijkheid om het basisinkomen te cumuleren met betaalde arbeid betekent dan ook dat het basisinkomen een soort een tewerkstellingssubsidie wordt. Zolang uitkeringen niet gecumuleerd kunnen worden met een loon zal er een sociale en politieke druk bestaan opdat enerzijds de uitkeringen voldoende hoog zijn om waardig te kunnen leven en anderzijds de lonen hoog genoeg zijn om mensen aan te zetten te gaan werken en een efficiënte arbeidsprestatie bekomen.

In het geval van een basisinkomen wordt het cumuleren van betaalde arbeid en een uitkering mogelijk en bijgevolg zal de werkgever geneigd zijn het basisinkomen ‘mee te tellen’ in het loonzakje, zonder dat hij hiervoor zelf hoeft te betalen. Het loskoppelen van arbeid en inkomen kan zowel een positieve of negatieve evolutie inzetten. In tijden van een schaarste aan arbeidsplaatsen zal het basisinkomen een loonsubsidie worden voor precaire jobs. In tijden van hoogconjunctuur en krapte op de arbeidsmarkt (of inzake beroepsprofielen), zal het basisinkomen eerder een ondersteunend effect hebben op de looneisen.

Een nachtmerrie lonkt

Wanneer men een sociale bescherming gebaseerd op ‘brede solidariteit’ (werkgeversbijdragen + belastingen op kapitaal) vervangt door een soort ‘basisrente’ die door de overheid wordt uitbetaald riskeert een essentiële instelling van de solidariteit te verdwijnen. In plaats van rijkdom ‘bij te houden’ en zelf (of tenminste paritair) te beheren zullen de regeringen een basisinkomen moeten financieren via belastingen. In de rechtse of soft-liberale voorstellen overstijgen de uitkeringen amper enkele honderden euro en stellen zij dus niemand in staat waardig te leven. Iedereen zal aangezet worden te klussen om zich te redden met precaire deeltijdse jobs, met allerlei flexibele toestanden.  Diegenen die dankzij hun kwalificatie een goede betaalde baan weten in de wacht te slepen zullen hun financiële zekerheid consolideren via pensioensparen en allerhande kapitalisatiestelsels. De afhankelijkheid ten aanzien van de overheid zal toenemen en in plaats van loonsverhogingen te eisen van hun werkgever zullen werkers zich tot de overheid richten. Dit riskeert het ‘precariaat’ te institutionaliseren waarbij de dualisering niet zal teruggedrongen worden, wel integendeel.

We mogen niet vergeten dat de logica van het basisinkomen de werking van de arbeidsmarkt niet opheft maar bestendigt zolang het inkomen onvoldoende is van te leven. Indien het basisinkomen zich onder de armoedegrens situeert, dan krijgen we een soort ‘verstaatste’ armenzorg die weliswaar niemand nog zal opjagen maar anderzijds de dwang van de arbeidsmarkt haar werk zal laten doen. (Hoog) opgeleide en goed betaalde arbeidskrachten zullen zich indekken via geprivatiseerde verzekeringen met beleggingen op de beurs, net zoals de pensioenfondsen van de jaren 1990-2010. Dergelijke situatie gooit ons ver achteruit. Beter gestelde werkers zullen hand in hand met ondernemingen het financieren van het basisinkomen willen beperken. Dit verergert de tendens van desolidarisering die we nu reeds vaststellen. Laten we niet vergeten dat de jacht op de ‘parasieten’ een draagvlak heeft binnen de publieke opinie. Het universeel uitkeren van een basisinkomen garandeert geenszins een legitimiteit of consensus over deze universaliteit vermits de actieven in de noeste profit-sector nog steeds zullen zeggen dat hun arbeidsprestatie het inkomen financiert van nietsnutten of softies die enkel in staat zijn om te lanterfanten in de socioculturele sector.

Een eerste stap in de goede richting?

In januari 2013 werd het Europees Burgerinitiatief voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen (OBi) geregistreerd. Volgens de nieuwe bepalingen van het Verdrag van Lissabon is de Europese Commissie verplicht, van zodra er meer dan 1miljoen handtekeningen zijn ingezameld met enige spreiding in alle lidstaten, een voorstel te agenderen en een hoorzitting te organiseren in het Europees Parlement.  Het initiatief is gegroeid in de schoot van het BIEN (Basic Income Educational Network) dat in de jaren ‘80 opgericht werd door Philippe Van Parijs, hoogleraar aan de UCL Louvain-la-Neuve en Guy Standing, voormalig hoofd van de studiedienst van de ILO. Positief is het feit dat deze petitie duidelijk stelt dat het OBi ‘een netto bedrag moet zijn van ten minste de Europese armoedegrens, dat is 60% van het gemiddelde van de zogenaamde mediaan inkomen (netto equivalent inkomen)’. Dit betekent in België een kleine 1000 euro.  Maar, voegen zij er onmiddellijk aan toe, ‘dit moet meer gezien worden als een richtlijn en niet als een vereiste’. Ook de kwestie van het bedrag van het OBi staat open voor een democratisch debat – ‘net zoals het idee van het OBi zelf’ vinden de initiatiefnemers.9782914968836FS

De actievoerders zijn er niet in geslaagd het aantal vereiste handtekeningen te verzamelen. Vooral de grootste landen zijn achter gebleven: Frankrijk, Duitsland, Italië, het VK. Kleinere landen zoals België en Nederland haalden daarentegen wel hun doelstelling van 16 à 20.000 handtekeningen. De reden is snel gevonden: in bijna geen enkel land heeft de vakbeweging zich achter het voorstel geschaard. Hoewel de oproep duidelijk stelt dat het OBi zich naast de bestaande sociale zekerheid zal ontwikkelen is deze stellingname niet echt geloofwaardig. Men kan zich moeilijk inbeelden dat een basisinkomen naast het bestaande stelsel kan ontwikkeld worden, zeker als men een bedrag hanteert dat met de armoedegrens overeenstemt.

Bijgevolg kan men de terughoudendheid van de vakbeweging jegens het basisinkomen best begrijpen. Anderzijds is de syndicale stilte inzake oplossingen voor de massale werkloosheid, verarming en precarisering ook problematisch. De werkloosheidsverzekering is sinds einde jaren ’90 tot een minimum gereduceerd. In bijna alle landen van Europa werden uitkeringen ingekort qua looptijd terwijl het bekomen van ‘dopgeld’ werd bemoeilijkt. Kortom, de werkloosheidsverzekering werd tot een minimum beperkt, net op dezelfde wijze als we dit in België hebben zien gebeuren onder de afgelopen legislatuur. In heel Europa komt men na 18 of 24 maanden werkloosheid men terecht in een stelsel van sociale bijstand waarbij de uitkering wordt gekoppeld aan klusjes legio, onder het mom van ‘activering’ van de uitkeringen.

Zo is het aantal werklozen die geen werkloosheidsuitkering krijgen en terugvallen op sociale bijstand in Frankrijk gestegen van 22% tot 44% terwijl het aantal werklozen dat in armoede leven is gestegen van 32% naar 48% (INSEE).  Ook in Duitsland is de proportie van werklozen die in armoede leven zeer sterk gestegen, van amper 40% naar nagenoeg 70%!werklarmoede

Deze evolutie betekent dat we teruggekeerd zijn naar de tijd waarin het ‘arbeidsreserveleger’ volop doorweegt op de situatie van de werkenden.  Niet tevreden? Gestaakt? Nors karakter? Teveel ziek? Buiten! Werkenden moeten hun eisen slikken en zich plooien. Lonen worden gedrukt en werkomstandigheden gaan erop achteruit. In geleerde termen spreekt men over de ‘hervermarkting van arbeid’ waarbij de arbeidsprestatie wordt verhandeld als koopwaar en waarbij de prijs bepaald wordt door vraag en aanbod. In het geval van massawerkloosheid krijgen we lage lonen want er toch keus genoeg. Deze dynamiek is vandaag volop aan de gang en de jacht op de werklozen maakt dit des te erger. We ervaren een échte ommekeer – zeg maar revolutie – ten opzichte van hetgeen de sociale zekerheid heeft gerealiseerd in de jaren 1960-1990 met een ‘decommodificatie’ (of ontmarkting) van de loonarbeid zoals Gosta Esping Andersen heeft bestudeerd.

Welk alternatief?

Het lijkt mij noodzakelijk van te vertrekken van wat reeds bestaat, hoe ontoereikend dit ook is. Daarom blijf ik voorstander van een verdere uitbouw van sociale bescherming via de sociale zekerheid.images-2

Het optrekken van alle uitkeringen tot de armoedegrens is een eerste hoogdringende maatregel. Het netwerk tegen armoede stelt deze eis naar de volgende federale regeringsvorming. Volgens hun berekeningen kost dit amper 1,6 miljard euro per jaar. Laten we niet vergeten dat de totale ‘passieve uitgaven’ (ttz de werkloosheidsuitkeringen) niet meer dan 5,5 miljard vergen, amper evenveel als hetgeen de notionele interestaftrek kost aan de overheid ten gevolge van niet gederfde inkomsten.

Het optrekken van de uitkeringen zal mensen die niet werken beschermen tegen armoede wat een karig basisinkomen van 400 of 500 euro niet zal doen. Schoolverlaters en afgestudeerden moeten opnieuw volwaardig aanspraak kunnen maken op uitkeringen. Alle uitkeringen zouden eveneens geïndividualiseerd moeten worden zoals vrouwvriendelijke verenigen eisen.

Dan is er de kwestie van combinatie van inkomens van uitkeringen en uit arbeid. Op dit vlak zou men alle onvrijwillige deeltijdse werkenden als voorbeeld kunnen nemen. Deze categorie die verklaart voltijds te willen werken heeft (minder dan voordien) recht op een bijpassing. De facto sluit de situatie nauw aan bij arbeidsduurvermindering zonder (al te groot) verlies van inkomen. Als we naar de gemiddelde arbeidsduur kijken dan bedroeg deze in 2012 ongeveer 31 uur. Sommigen werken natuurlijk 45 of 50u, anderen minder dan halftijds. Dit gemiddelde is gewoon een deling van de totale werkende populatie door het totaal aantal gepresteerde uren. Indien we de werkzoekende populatie erbij voegen dan komen we in geval van gelijke spreiding – ofte arbeidsherverdeling – terecht bij een 20uren week. Iedereen halftijds dus.

De argumentatie klinkt misschien utopisch maar dat heeft in de eerste plaats te maken met de krachtsverhoudingen. Er is wel degelijk een sociaaleconomisch draagvlak voor dergelijke verregaande arbeidsherverdeling. De vraag is alleen wie betaalt ze en welke economie past hierbij. Studies van Robert Plasman (ULB) tonen aan dat wanneer we de verhouding tussen de reële gepresteerde arbeidstijd, de reële lonen en de productiviteitstoename van de periode 1960-1985 zouden doortrekken, we vandaag minder dan 30 uur per week zouden werken met de lonen van een 38 uren week. De moraal van het verhaal: de productiviteitswinsten van de laatste 25 jaar werden grotendeels op zak gestoken door de aandeelhouders.

Niemand is ‘onverkoopbaar’

prodv-ttWe willen allemaal keuzes kunnen maken. Niemand wil gedwongen worden tot één job voor heel zijn/haar leven, of tot één bepaald soort arbeidstaak. We zouden graag verschillende activiteiten willen combineren met elkaar. Soms wat meer werken en gedurende een bepaalde periode minder werken. Dit is allemaal mogelijk dankzij de sociale zekerheid. Indien we een gemiddelde nemen van 30 uur (en binnen afzienbare tijd 25u) over een hele loopbaan van pakweg 40 jaar, dan is het perfect mogelijk via een soort universeel tijdskredietstelsel mensen de mogelijkheid te geven hun arbeidstijd te moduleren. Het is tevens mogelijk én noodzakelijk de loopbaan van 40 jaar te verminderen van zodra men zware arbeidstaken uitoefent of in ploegenarbeid werkt. Maar anderzijds zal arbeidsduurvermindering ook de vroegtijdige veroudering of slijtage van geest en lichaam mee helpen verhinderen. En natuurlijk is het nodig vervangingsplicht te voorzien voor hen die in een drie of vier dagen week functioneren. Maar in een moderne arbeidsorganisatie is dat perfect mogelijk.

Ook is de Sociale Zekerheid in staat als tijdsbank op te treden en bepaalde sociaal-geëngageerde, sportieve of culturele activiteiten te ondersteunen. Stel dat je één dag per week beschikbaar wil zijn voor klusjes of zorgtaken via een sociaal dienstencentrum in je wijk. Welnu, dergelijke activiteiten zouden opnieuw kunnen meetellen als ‘arbeidstijd’ binnen de gehele loopbaan vermits het om vrijwilligerswerk gaat in een non-profit sector. En zo ga je van een 30uren week naar een 20uren week…

De sociale zekerheid is met andere woorden de instelling bij uitstek om de arbeidsprestatie en het inkomen verder van elkaar los te koppelen. Arbeidsduurvermindering met behoud van loon (al gebeurt dit via het sociaal loon) is ook een instrument om genderkloof inzake huishoudelijke arbeid te dichten.  Wanneer de betaalde werkuren, de tijd besteed aan woon- en werkverkeer en onbetaalde arbeidstijd in huis worden opgeteld, werken vrouwen volgens de EWCS-gegevens gemiddeld 64 uur per week in vergelijking met de 53 gewerkte uren door mannen. Volgens dezelfde databank besteden vrouwen nog steeds 26 uur aan zorgtaken, terwijl mannen er amper 9 uur aan besteden.

Het is net omdat deeltijdse arbeid de arbeidstijd inkort mét loonverlies dat het een voornamelijk vrouwelijk fenomeen is gebleven. Het is pas wanneer we opnieuw arbeidsduurverkorting mét loonbehoud mogelijk maken dat zwoel vrouwen als mannen van dit systeem zullen gebruik maken en dus ook meer tijd zullen besteden aan opvoeding en zorg. Natuurlijk vergt dit ook een verandering in de hiërarchische ordening van de werkomgeving. Ook hier zijn er eenvoudige oplossingen: je kan alle leidinggevende en coördinerende functies ontdubbelen zodat de afwezigheid van de ene wordt opgevangen door de andere ; je kan naar een vlakke werkstructuur gaan met roterende en gedeelde verantwoordelijkheden en je kan de arbeidsdeling democratiseren zoals iedereen zowel operationele als leidinggevende taken waarneemt. Dit is allemaal mogelijk mede dankzij de graad van automatisering die we nu kennen.

Samengevat : ik blijf huiverachtig ten aanzien van een liberaal basisinkomen dat de deur openzet voor een ontmanteling van de sociale zekerheid en zal aanzetten tot verdere precarisering. Mijn pleidooi is er één waarbij een ‘basisinkomen’ wordt uitgewerkt in de schoot van de sociale zekerheid.

b590d

Wat is de sociale zekerheid?

De sociale zekerheid is een instelling van solidariteit waarbij een deel van het loon wordt ‘gesocialiseerd’. Werkgeversbijdragen hebben niets te maken met het belasten van arbeid. Het is een deel van de ‘loonmassa’ (personeelskosten) dat niet rechtstreeks wordt uitbetaald en ‘gesocialiseerd’ of vermaatschappelijkt wordt. Dankzij deze bijdragen wordt een deel van de rijkdom die door de arbeidsprestatie wordt voortgebracht afgeleid voor de SZ. In theorie worden zowel factoren ‘arbeid’ als ‘kapitaal’ aangesproken via het bijdragenstelsel maar dat is een verkeerde opvatting. Deze opsplitsing rechtvaardigt een paritair beheer van de SZ maar de facto is het telkens de arbeidsprestatie die wordt aangesproken. De toegevoegde waarde komt immers voort uit het arbeidsproces en machines of installaties zijn een vorm van ‘dode arbeid’ onder de vorm van geïmmobiliseerd kapitaal. Machines en installaties worden gefinancierd door een fractie van de toegevoegde waarde die door de onderneming wordt bijgehouden Kapitaal is niets anders dan een rijkdom die voordien door arbeid werd voortgebracht en intussen via het accumulatieproces en het afromen van de meerwaarde van gedaante is veranderd.

De vervangingsinkomens voorzien door de SZ in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit of ouderdom vertegenwoordigen een solidariteitsstelsel waarbij het principe van reciprociteit wordt toegepast. Alle actieven betalen voor de ‘inactieven’. In tijden van nood heb je recht op een deel van dit sociaal loon, en na X aantal jaren heb je ook recht op een inkomen (pensioen) zonder dat je daarom nog hoeft te werken. Oorspronkelijk stond de sociale zekerheid zelfs haaks op het principe van het ‘rugzakje’ of de notionele rekeningen waarbij elke werker zijn recht op een vervangingsinkomen ‘opbouwt’ via afdrachten tijdens de werkperiodes. In de praktijk functioneert het zo niet want bijdragen van vandaag worden aangewend om vervangingsinkomens van vandaag te financieren. Anderen zullen, net zoals jij of ik ziek worden of een bepaalde leeftijd bereikt hebben, kunnen genieten van hetzelfde recht. De SZ functioneert dus in eerste instantie via een repartitiestelsel. De sociaal-liberale hervormingen hebben deze principes ten dele ondermijnd maar in de feiten staat de sociale zekerheid nog steeds overeind. Veel meer zelfs dan de pensioenfondsen die door de financiële storm van 2007-2010 getroffen werden. Deze laatste vormen van private spaarfondsen maken deel uit van de financiële sector en de verzamelde geldsommen werden belegd om demografische of economische schokken op te vangen. Paradoxaal genoeg hebben ze via roekeloze speculatieve beleggingen deze schokken zelf mee veroorzaakt.

Advertenties
7 reacties leave one →
  1. 22 januari 2014 23:39

    Dit is op reële democratie nu herblogd.

  2. 23 januari 2014 12:01

    Reblogged this on Soulpelgrim's Blog.

  3. 24 december 2014 10:18

    De bovenstaande redenering is gebaseerd op een laag basisinkomen van 500 euro. Maar als dat basisinkomen 1.500 euro zou bedragen, ontstaat een volledig andere situatie. Dan is er geen urgente behoefte meer aan werken, en moet de markt zich aanpassen aan de mens in plaats van omgekeerd. Dat is in mijn ogen echte vrijheid. Systemen van arbeidsherverdeling zijn ingewikkeld en hebben nood aan een complexe en betuttelende bureaucratie. Op die manier worden mensen opnieuw afhankelijk op een andere manier, en zijn ze een uitdrukking van een behoefte aan controle en van wantrouwen : de mensen kunnen het eigenlijk niet zelf, het moet ‘geregeld’ worden, de solidariteit moet worden opgelegd. Ik lees daarin ook angst voor echte vrijheid en hoe zowel links als rechts als de dood zijn voor vrije burgers die hun eigen leven inrichten en hun eigen keuzes maken, en de overtuiging dat mensen niet uit zichzelf solidair kunnen zijn. Maar als men redeneert vanuit ‘overvloed’ – alles is er al – ontstaat iets nieuws, dat afsteekt tegen tekort – en ons systeem van sociale zekerheid is volledig gebaseerd op tekort : de andere heeft meer dan ik, en dat is niet eerlijk (een bijna kinderlijke houding). Als je echter zelf genoeg hebt, is het feit dat de ander wat meer heeft geen probleem. Vanuit overvloed zal die ander ook meer bereid zijn te delen, terwijl hij zich nu geviseerd voelt omdat hij het gevoel heeft dat men uit is op zijn rijkdom, en dus redeneert ook hij vanuit tekort. Dat is allemaal heel goed te zien in de discussies over de besparingen : iedereen voelt zich ‘tekortgedaan’. Conclusie : het basisinkomen vergt een echte omkering van hoe men denkt, men kan het niet toepassen op oude structuren die op een ander uitgangspunt zijn gevestigd.

    • 24 december 2014 12:01

      Ik ben wel akkoord met jouw ‘ingesteldheid’ en het vrijheidsstreven dat een centrale plaats moet krijgen. Maar de verdeling van de noodzakelijke maatschappelijke arbeid (zorg, onderwijs, productie van goederen en diensten) hoeft daarom niet bureaucratisch en vedrukkend te zijn. Ook dat kan voorwerp worden van een democratische deliberatie waarbij prioriteiten worden uitgekozen en wordt afgesproken dat een voltijdse werkweek bvb 20u telt. De samenleving is meer dan de optelsom van alle individuen en bijgevolg is er ook nood aan collectieve verantwoordelijkheid waarbij afspraken worden gemaakt en een sociale norm wordt bepaald.

  4. 30 december 2014 01:44

    ja, een heleboel valabele kritische kanttekeningen bij één welbepaald specifiek concept van basisinkomen – waartegen zowel de traditionele arbeidersbeweging als orthodox marxistisch links zich gretig afzet. Alsof er geen andere, vernieuwende, radicaal-linkse invulling van het BI zou mogelijk zijn… Maar laat ik het vooraf even hebben over het sociale zekerheidsstelsel dat Stephen Bouquin hier zo aanprijst. Ook dit stelsel heeft natuurlijk zijn beperkingen. Zijn meest fundamentele beperking is wel deze: dat het door de historische context waarin het is ontstond en evolueerde, strikt arbeidsgebonden is en dus ook steeds afhankelijk gesteld wordt van arbeidsgerelateerde voorwaarden; de toegang tot de sociale zekerheid hangt steeds af van een terugkoppeling naar rendabele economische productiviteit binnen een traditionele arbeidsverhouding. Misschien met uitzondering van de kinderbijslag (die in principe aan elk kind toekomt) en de gezondheidszorg (waar in principe iedereen recht op heeft, al is de praktijk vaak een ander paar mouwen) zijn tussenkomsten in de sociale zekerheid (bij ziekte, invaliditeit, werkloosheid, pensioen,…) steeds aan een beroepsactiviteit gerelateerd. Zelfs het laatste vangnet, tussenkomst van het OCMW, is sedert de RMI-wet (overigens een creatie van een notoire PS-politica…) gekoppeld aan een actief aan te tonen “arbeidsbereidheid” ( activeringsplicht, activeringsdiscours).
    Nochtans… Een fundamenteel mensenrecht – een menswaardig inkomen om menswaardig te kunnen leven – kan en mag in een welvaartsmaatschappij als de onze niet afhankelijk zijn van een verplichte bijdrage aan het sociaal-economisch proces, noch op één of andere manier daartoe teruggeleid of daarvan afgeleid worden. Menswaardig kunnen leven is een fundamenteel, onvoorwaardelijk mensenrecht, dat niet afhankelijk kan gesteld worden van een arbeidsrelatie, een werkbereidheid of wat dan ook. Dat is het fundament. Bovenop dat fundament kan er, desgewenst, een stelsel uitgebouwd worden dat aanvullende rechten toekent op basis van arbeidsprestaties. Daarbij is het van belang om die prestaties te waarderen en te evalueren volgens breed maatschappelijke maatstaven eerder dan eng-economische. Dit veronderstelt uiteraard een maatschappelijke omwenteling. Een omwenteling die ook het herdenken van de traditionele rol van “arbeid” (als bezoldigde economische productiefactor) impliceert.

    • 3 januari 2015 21:38

      Dank je voor deze commentaar. Ik volg jou grotendeels inzake de kritiek die we ook op het SZ stelsel moeten durven formuleren: te log, te ondoorzichtig, … Het vervult een dubbele unctie: buffer/ stootkussen en anderzijds heeft het bijgedragen tot “decommodificatie” van loonarbeidsverhouding. Wat men verdient of bekomt is een barema, wordt onderhandeld en staat ten dele los van de arbeidsmarktsituatie. Maar het beste dat we moeten cosnolideren/behouden is het stelsel van sociale bijdragen, het repartitiestelsel voor pensioenen. Mijn collega en activist Bernard Friot verdedigt het idee van een investeringsbijdrage als middel om sociaal-ecologische investeringen te realiseren. Een soort mutualiseren van investeringen en bijgevolg een socialisering van toegevoegde waarde.

Trackbacks

  1. Openbare Bank » Basisinkomen voor iedereen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: