Skip to content

Een crisis biedt altijd kansen (voor sommigen) (2/5)

13 september 2013

Het is verkeerd de crisis te vereenzelvigen met het stilvallen of de ineenstorting van de economie. Enkel in het geval van een economische depressie is daarvan sprake. Zo’n depressie gaat gepaard met een inkrimping van de economie met 3% à 4% of meer. Maar in alle andere gevallen stemt een crisis in de eerste plaats overeen met een verschraling van het aantal transacties. Zo’n crisis past ook perfect in een business cycle van vijf à acht jaren. Iedere opgaande fase wordt dan gevolgd door een kortere periode van recessie met een negatieve groei van 0,5% of meer.

Tijdens een recessie krijgen ondernemingen hun stocks niet meer verkocht. De accumulatiecyclus (steeds meer en meer willen) vertraagt; wat ook betekent dat de winstvorming opdroogt. Prijsdalingen helpen maar even het tij te keren. Maar omdat de markt verzadigd is, zorgt dat voor weinig rek op de verkoop. Erger, de tendens van prijsdalingen kan de hele economie naar omlaag trekken. Dan spreken economen van deflatie.

Survival of the fittest

Vanuit kapitalistisch oogpunt vervult de crisis een sociaal-darwinistische functie. Niet alle ondernemingen kunnen zich immers een ‘investeringsstaking’ permitteren. De moeilijke economische condities brengen een survival of the fittest-logica op de voorgrond. Eigen vermogen oppeuzelen, met verlies blijven ‘draaien’, steeds meer klanten die hun facturen niet betalen; dit is een ‘normale’ situatie in crisistijden. Maar niet elke onderneming kan dit aan. En uiteindelijk gaan zwakke zaken ‘op de fles’. Het faillissement stelt de ondernemer in staat van nul te herbeginnen.

Vanuit kapitalistisch oogpunt vervult de crisis een sociaal-darwinistische functie

Dit proces gaat gepaard met nevenschade uiteraard. Faillissementen kunnen een domino-effect creëeren en andere bedrijven in moeilijkheden brengen. De cijfers zijn sprekend: in april 2013 situeerde 93% van de faillissementen in België zich in de categorie van bedrijven met ‘0 à 4 werknemers’ terwijl amper 0,5% van de faillissementen terug te vinden was in de categorie met meer dan 50 werknemers. De crisis treft ook in het bedrijfsleven niet alle spelers op gelijke wijze.

Fusies en concentraties

Maar het faillissement biedt ook ‘opportuniteiten’. Wanneer er spelers sneuvelen, komt een ‘kavel’ vrij. Dat kan bijzonder interessant zijn wanneer de economie terug optrekt. Als een firma het hoofd amper boven water kan houden, kan een overname soelaas brengen. Ook dat vormt een opportuniteit.

Sommige ondernemers zullen net in tijden van crisis opteren voor schaalvergroting of dankzij de nieuwe opportuniteiten toegang krijgen tot nieuwe markten. Maar de beweging van fusies en concentraties is ook het gevolg van een interne logica. Hoe kleiner de winstmarges zijn, hoe groter de productievolumes moeten worden. De smalle bruto-winstmarge (winst per eenheid product) wordt dan gecompenseerd door grote volumes die een netto winstmarge borg stellen. Een voorbeeld: een wereldspeler in de automobielsector ‘moet’ jaarlijks 1,3 miljoen auto’s verkopen of hij geraakt er niet. Grote volumes vergen meer automatisering en vermits deze op haar beurt een stijging van de vaste kosten veroorzaken, stijgt de nood om grote volumes te produceren opnieuw.

Natuurlijk bestaan er uitzonderingen. Er bestaan niches waar ambachtelijke productie of kleine series hoge winsten kunnen genereren. Dit is het geval met luxe-producten. Deze sector kent vandaag dan ook géén crisis.

Leve de crisis!

Het aantal consumenten van luxeproducten neemt toe. Ook in tijden van crisis. Sinds vorig jaar zijn er 210 miljardairs bijgekomen. Hun totale fortuin bedraagt 5.400 miljard dollar en steeg met 17% sinds 2012. Deze ’0,1% percenters’ zijn maar een topje van een select clubje onder de kapitalisten. Onder hen bevinden zich ondernemers die de opportuniteiten van de crisis te baat hebben genomen. Grote multinationale ondernemingen blijven dikwijls buiten schot. Vele concerns maken nog steeds hoge winsten, al stuikt de ‘binnenlandse vraag’ in elkaar. De evolutie van de dividenden weerspiegelt deze realiteit. Ondanks de crisis situeren de dividenden in België zich ver boven het peil van 2001 (170% in 2011 om precies te zijn).

Het aantal consumenten van luxeproducten neemt toe. Ook in tijden van crisis

De verklaring voor de goede gang van zaken is eenvoudig. Ze draagt de naam ‘global sourcing of value chain management. Een studiereis in Vietnam maakt dit duidelijk. Vietnam volgde dezelfde aanpak als China en stelde haar reserveleger aan arbeiders (de overtollige rurale bevolking) ter beschikking aan onklopbare tarieven. Net zoals Bangladesh of Indonesië trouwens. Met maandlonen van 120 euro à 170 euro verzorgen talloze private ‘arbeidsateliers’ de assemblage van gsm’s of van westerse kledingmerken. Ik bezocht een textielfabriek op het ogenblik dat er een partij van 7.000 Wolfskin-vesten werd gemaakt. Een tamelijk arbeidsintensieve activiteit met minstens 25 zippers en twee lagen voering waarvan de afgewerkte versie in onze winkels een slordige 900 euro kost. De rondslingerende boekhouding gaf mij de mogelijkheid inzage te krijgen in de facturen aan de ‘broker’ (diegene die de bestelling weet te plaatsen bij de goedkoopste fabrikant).

U raadt het al, de kost per stuk ging niet hoger dan 50 euro; aankoop van grondstoffen inbegrepen. Reken ook op spotgoedkope transportkosten want van douanetarieven is er geen of weinig sprake omdat de verkoop gebeurt via een netwerk van franchisewinkels. Op die manier heeft ‘het merk’ voldoende marge om veel geld uit te geven aan marketing, merchandising en onderzoek naar productinnovatie én hoeft het niet minder op de beurs te beleggen.

Mezzogiorno

Global sourcing’ ontwikkelt zich ook in de Europese Unie. Net als de Italiaanse Mezzogiorno uit de jaren ’50 en ’60 beschikken sommige Europese landen over een reservoir aan goedkope arbeidskrachten waarvan sommigen migreren en anderen ter plekke tewerk worden gesteld.

Global sourcing bestaat erin over heel de lijn de productiekosten zo maximaal mogelijk te drukken. Global sourcing en vrijhandel hangen met elkaar samen. De vrijhandel heeft de producent-consument van elkaar gescheiden. Bijgevolg is voor de globale kapitalist het loon altijd een kost en nooit een ‘koopkracht’. In een dergelijk accumulatieregime zijn de ontwikkelingslanden amper afzetmarkten. De OESO-landen, daarentegen, de vraag gesolvabiliseerd moet worden door massale toevoer van krediet met de toename van de schulden der gezinnen als gevolg.

Werkloosheid als goed nieuws

Voor ondernemers is werkloosheid een oplossing in plaats van een probleem. Keuze genoeg om te recruteren. De wachtrijen van werkzoekenden worden toch langer. Tot het grote geluk van de HRM-diensten vertoont het reserveloon en het efficiëntie-loon de neiging om te dalen. Arbeid zweeft niet in de lucht, maar hangt vast aan de ruilverhouding tussen ‘werkgever’ en ‘werknemer’. Een Brits gezegde van de vorige eeuw luidde If they pay us peanuts, we work as monkeys. Maar in crisistijd zijn we snel tevreden, ook met peanuts.

Voor ondernemers is werkloosheid een oplossing in plaats van een probleem

Bijgevolg zullen in tijden van schaarste van arbeidsplaatsen de looneisen en de verwachtingen inzake arbeidsvoorwaarden ook een stapje achteruit zetten. Natuurlijk zijn er de vakbonden. In de managementliteratuur worden ze afgeschilderd als stoorzenders omdat ze een “collectieve verkoop van de arbeidskracht” inrichten. Ze veroorzaken, volgens de volgelingen van de neoklassieke economische leer, een scheeftrekking of een bias in de prijssetting van arbeid. Volgens andere leerscholen zijn vakbonden prima regulatoren, zorgen zij voor sociale vrede en een goede allocatie van arbeid.

Minimumloon

Het verhogen van het minimumloon in de Verenigde Staten door Bill Clinton (1996) heeft ervoor gezorgd dat de mobiliteit van arbeid groter werd. Het bestaan van standaard-normen of loonbarema’s maakt de marktsituatie ‘leesbaar’, zowel voor arbeid als voor kapitaal. Zij zorgen ervoor dat ervaring, know how en competenties op de juiste plaats én tijdstip ingezet worden. Maar in tijden van crisis is er eerst en vooral een overtollig aanbod van arbeidskrachten. Bijgevolg mogen sociale regulatiemechanismen gerust sneuvelen, zoals Jan De Nul en consoorten bepleiten. Soms gaat de crisis zo diep dat ze er aan móéten.

De ‘klassenstrijd’ wordt aan beide kanten wordt gevoerd

Daarom kunnen we stellen dat ‘klassenstrijd’ aan beide kanten wordt gevoerd. Het is gewoon een krachtenveld waarop tegengestelde belangen met elkaar botsen. In de mate dat de factor arbeid weerstand biedt tegen de sociale afbraak zal men aan de overkant ook naar andere remedies zoeken. Zo zal men bijvoorbeeld beroep doen op vadertje-staat om subsidies of protectionistische maatregelen te bekomen. Of men opteert voor het cascade-fenomeen met onderaanneming. Naast het segment van geschoolde en degelijk betaalde werkers met een statuut en een contract van onbeperkte duur groeit een periferie van precairen. Sommigen opteren om illegalen in te zetten terwijl anderen een loopje nemen met de milieuwetgeving, belastingen ontwijken en overgaan tot delocaliseren terwijl terzelfdertijd gebruik wordt maakt van Europese subsidies.

Kortom, het moraliseren van het kapitalisme is in tijden van crisis zeker geen lachertje.

Advertenties
One Comment leave one →

Trackbacks

  1. Crisis | Pearltrees

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: