Skip to content

De crisis als tweesprong (4/5)

13 september 2013

Vijf jaar geleden herhaalden experten en commentatoren tot in den treure toe dat de crisis een opportuniteit was: “It’s an opportunity to change“. Het neoliberalisme lag aan scherven, de overheidsinterventie was terug van weg geweest en het kapitalisme zou een bocht nemen richting groene groei.

Maar de overheidsinterventie van 2008-2010 blijkt echter net zo neoliberaal te zijn als de (door de overheid) ingerichte deregulering en liberalisering. Regeringen hebben met de hulp van centrale banken de gevallen muur van het geld terug recht getrokken en organiseren nu – in Europa althans – een permanente besparingsronde. De her-regulering van de banksector verloopt aan een slakkengangetje en Basel III zal pas tegen 2019 enige toepassing kennen. Een Tobin-taks blijft vooralsnog een droom.

Kortom, het neoliberalisme is nog steeds het overheersende paradigma. Intussen hebben we ook kunnen vaststellen dat de groene economie een mythe is. Heel de wereld zoekt naar schaliegas terwijl de VS op grote schaal de ontginning is begonnen. Politieke elites hebben er dus voor gekozen om ‘opportunity to change’ links te laten liggen.

Halfweg de crisis

Einde mei publiceerde de JP Morgan Chase bank, de grootste bank van de VS, een studie ‘The euro-adjustment: about half-way there’. Het document maakt een balans op van de crisis-governance in de Europa. het is een interessant document omdat we de situatie door de lens van het Kapitaal kunnen bekijken. Het geeft ons inzicht en maakt duidelijk wat de inzet is.

De zeer lage rentevoeten en de kredietverstrekking van de ECB bewijzen de financiële instellingen een grote dienst aldus JP Morgan. Ook is het “absoluut normaal” dat de banken de kredietkraan niet opnieuw open draaien want “de groeiprognoses zijn te slecht om investeringen te financieren” en bovendien moeten er nog steeds heel wat rommelkredieten verkocht worden. Daarnaast is het nodig dat de portfolio van staatsobligaties die de systeembanken beheren verzekerd wordt en daarom is het goed dat Europese lidstaten elkaar via het Europees Stabiliteitsfonds steunen. De opvolger ervan, het Europees stabiliteitsmechanisme heeft het risico van default van landen zoals Griekenland en Portugal sterkt beperkt.

Even ter herinnering: staatsobligaties hebben een vaste looptijd en vergen, na 5 of 7 jaar, een herfinanciering. Vandaar de plotse nood aan cash bij landen als Portugal, Ierland of Griekenland. Uiteraard zullen nieuwe leningen om bestaande leningen te herfinancieren de interestvoeten de hoogte injagen. Om te vermijden dat landen aan een woekerrente van 20% of meer zouden lenen, hebben de eurolanden een soort bijstandsfonds (European Financial Stability Facility) opgericht met meer dan 700 miljard euro. Wanneer beroep wordt gedaan op deze geldreserve komt de beruchte Trojka in actie. Deze coalitie is een ad hoc samenwerkingsverband tussen ECB, het IMF en de Europese Commissie die een audit uitvoert op de openbare financiën van de betrokken lidstaten en maatregelen oplegt in ruil voor leningen aan vaste tarieven. Het hele systeem is een soort by-pass die staten in staat stellen geldfondsen te bekomen zonder op de financiële markten hun staatsobligaties te moeten veilen. Dit was nodig gebleken toen in 2010-2011 de schuldencrisis uitbrak en de euro onder druk zette.

Mario Draghi

In het najaar 2012 riskeerde de bankencrisis zich echter te herhalen en daarom ging de ECB onder leiding van Mario Draghi over tot het opkopen van staatsobligaties met een junkstatus. Buiten de eigen regels en tegen de opinie van de Duitse vertegenwoordigers in, want het was nodig. Met deze bazooka-actie werden de ‘financiële markten’ (in werkelijkheid de speculerende banken) gerust gesteld en kon een bank run vermeden worden.

Maar daarom is de eurocrisis nog niet bezworen zoals de Cypriotische crisis heeft bewezen. Tot eind 2012 werden banken gered met geld van de belastingbetaler. Maar sinds de bankencrisis op Cyprus wordt er gepraat over de Dijsselbloem-doctrine. In geval van faillissement worden de aandelen en achtergestelde leningen bij andere banken waardeloos, de spaarrekeningen boven 100.000 euro worden gekort voor zover nodig. Op 27 juni 2013 werd dit bekrachtigd in de Eurogroep. Een recente studie naar de gezondheidssituatie van de banken toont aan dat de meeste banken van Duitsland, Frankrijk, Nederland en Italië virtueel failliet zijn.

Onvoldoende shocktherapie?

Niet toevallig oordeelt JP Morgan dat we nog steeds in een gevarenzone vertoeven. Ook inzake de uitvoering van het saneringsprogramma valt er nog heel veel te doen. Op dit vlak bestaan er volgens de economische experten van JP Morgan ernstige problemen. De uitvoering van de besparingsmaatregelen verloopt veel te traag. Om dit duidelijk te maken heeft het expertenpanel van de bank het besparingstraject becijferd dat reeds afgelegd werd. Voor België is nog maar 26% van het parcours afgelegd inzake begrotingstekort en 35% inzake staatsschuld. Andere landen staan niet veel verder. Inzake staatsschuld heeft Frankrijk 41% van het traject afgelegd, Spanje 45%. Hoewel we vraagtekens kunnen plaatsen bij de berekeningswijze geeft het toch een indicatie van de besparingsgolf die nog moet komen. Stel dat we de Dexia-debacle ‘moeten uitzweten’ (dixit Johan Vande Lanotte) terwijl de situatie van de bad bank erop achteruit gaat, dan belanden we naast Ierland en Portugal.

De hele soberheidslogica is verkeerd en zorgen ervoor dat de economie stagneert. Toch volhardt men in de boosheid

De hele soberheidslogica is verkeerd en zorgen ervoor dat de economie stagneert. Toch volhardt men in de boosheid. Ondanks zijn pre-electorale belofte heeft de Franse socialistische president François Hollande het niet aangedurfd het ‘Merkozy-verdrag’ te heronderhandelen. Volgens de bepalingen van dit verdrag moeten alle lidstaten van de Eurozone binnen de 20 jaar hun rekeningen ‘in evenwicht’ brengen. De staatsschuld moet teruggedrongen worden naar 60% van het BBP (in België zitten we aan 100%) terwijl het begrotingstekort van 3% naar 0,5% moet gaan. De ‘constitutionalisering’ van de soberheid steunt in werkelijkheid op een zware verstrenging van het stabiliteitspact en van de Maastrichtnormen.

Gezond verstand zegt natuurlijk dat uitgaven en inkomsten in evenwicht moeten zijn. Men vergeet echter erbij te vermelden dat besparingen een domper leggen op de fiscale inkomsten van de overheid. Zelfs het IMF erkent het bestaan van de multiplier waarbij 0,5% minder overheidsuitgaven leiden tot 0,5% minder fiscale inkomsten en bijgevolg tot een krimp van 1% in het BBP. Ook de toenemende ‘fiscale uitgaven’ (vrijwillig niet geïnde belastingen zoals notionele interestaftrek) worden door mainstream experten vergeten. Evenzeer vergeet men te vermelden de landen van de eurozone sinds het invoeren van de eenheidsmunt niet mogen lenen bij de ECB maar zich enkel via de beurs kunnen financieren via uitgifte van staatsobligaties. Volgens berekeningen van de economen Olivier Bonfond en Xavier Dupret heeft dit voor ons land een meerkost veroorzaakt van 250 miljard euro, een bedrag dat overeenstemt met drie vierde van de staatsschuld.

Kortom, een audit van het soberheidsprogramma produceert twee conclusies: inefficiënt, contraproductief en schadelijk op sociaal vlak.

Te veel democratie?

Volgens JP Morgan verloopt het saneringsprogramma in Europa te traag wegens politieke redenen: staatsleiders hebben te weinig macht, er is te veel decentralisatie, te veel grondwettelijke bescherming voor sociale rechten en voor de syndicale beweging, partijen gaan gebukt onder cliëntelisme en er bestaan teveel protestmogelijkheden die hervormingen kunnen vertragen. Wie tussen de regels kan lezen begrijpt dat hier een pleidooi wordt gehouden voor sterke regimes die voldoende daadkracht aan de dag leggen om de geplande hervormingen uit te voeren.

Het toekomstsperspectief dat we in de studie van JP Morgan-Chase terugvinden is verhelderend. Er bestaan mogelijkerwijs vier ontsporingen:

  • de ineenstorting van één of meerdere regeringen die achter de hervormingen van de Trojka staan
  • het wegvallen onder publieke opinie van steun aan de euro of de EU
  • een electorale overwinning van radicale partijen ergens in de EU
  • toenemende onregeerbaarheid omdat de ‘sociale kostprijs’ van het beleid en de werkloosheid te grote proporties aannemen

In een interview met Wall Street Journal sprak ECB Mario Draghi duidelijke taal. Deze voormalige raadgever van de tentaculaire Goldman Sachs bond er geen doekjes om: het Europees sociaal model is ballast. Voor hem bestaat er geen andere optie dan diepgaande besparingen en structurele hervormingen in de arbeidsmarkt terwijl sociale rechten de competitiviteit niet meer in de weg mogen staan. De beleidsagenda voor de komende 5 jaar ligt op tafel: Europese landen moeten hun ‘verzorgingsstaat’ ontmantelen en een minimale sociale bescherming handhaven op maat van de concurrentiestrijd. De crisis is dus een alibi, of beter, het ‘momentum’ om de sloopwerk destijds aangevat door Margaret Thatcher af te werken. De ‘opportunity to change’ wordt dus toch genomen, maar niet in de richting die sommigen hadden verwacht.

Keuzes maken

Etymologisch is crisis afkomstig van het werkwoord κρινομαι, wat zoveel betekent als onderscheiden, beslissen. We kunnen bijgevolg ook stellen dat de crisis ook als een keuzemoment kan aanzien worden. We staan op een kruispunt. We kunnen verder gaan op de weg van vermarkting, liberalisering, deregulering, loonkostvermindering, flexibilisering, afbouw van minimumloon, onderfinanciering van onderwijs en verwaarlozing van sociale uitgavenposten (huisvesting) en ga zo maar verder.

De crisis is een alibi om de sloopwerk destijds aangevat door Margaret Thatcher af te werken

We komen dan terecht in een omgeving waar alles wat onze samenleving tot een relatief leefbare omgeving heeft gemaakt, verdwenen is. Democratie zal plaats ruimen voor model van governance waarbij overleg en participatie de rol overnemen die de vertegenwoordigende democratie heeft gespeeld in de naoorlogse periode. Nationale begrotingen worden gecontroleerd, een begrotingstraject moet gevolgd worden zoniet worden boetes opgelegd. Voor de slechte leerlingen is er de Trojka en structurele aanpassingsprogramma’s. De elites bespreken samen met technocraten wat er doen staat terwijl in de massamedia het spektakel zegeviert, ook inzake politiek.

Maar we kunnen een andere weg op. De strijd voor het behoud van het sociaal model is toch niet verloren? Er is ook geen reden om aan te nemen dat het neoliberaal cultureel model van zelfredzaamheid geïncorporeerd is. De hegemonie van deze a-solidaire cultuur vertoont serieuze barsten. Zo is men overal op zoek naar samenhorigheid en een ‘collectieve ik’, zij het in tamelijk uiteenlopende richtingen van religiositeit tot de natie met ertussen de stedelijkheid en subculturen. Maar ook het besef dat dit systeem gaande en draaiende wordt gehouden ten voordele van een kleine geprivilegieerde minderheid is gegroeid. De verontwaardiging ten opzichte van onrechtvaardigheid is toegenomen. De 25.000 miljard euro die geparkeerd werden in fiscale paradijzen is men niet vergeten.

De economie sturen

De vraag of de economie wel gestuurd kan worden is reeds beantwoord door het anticrisisbeleid van de laatste vijf jaar. Ja, economie is altijd politiek. De echte vragen die zich vandaag stellen zijn: hoe kunnen we de chantage van de financiële markten de baas? Hoe kunnen we ons bevrijden van het juk van een beurskapitalisme?

Zoals ik reeds stelde op het debat van 25 juli op de Gentse feesten, is dit eenvoudiger dan we denken. Kiezers verkiezen hun vertegenwoordigers en kunnen voor een electorale aardverschuiving zorgen. De bevolking zal ook op straat moeten komen. Maar fundamenteel is het feit dat wij kiezen wie er aan het stuur gaat zitten. ‘Maar politiek bestel heeft toch geen macht meer?’, hoor ik u zeggen. Fout, de macht die men heeft, wordt aangewend om een verkeerd beleid te voeren. Natuurlijk bevat de Europese Unie een institutionele machinerie die invloed van onderuit bemoeilijkt, zowel vanwege sociale mobilisaties als vanuit de regeringen van lidstaten. Maar indien één nationale regering in dissidentie treedt, en zich tegelijkertijd richt tot de Europese publieke opinie met het voorstel de spelregels te herschrijven én zelf een andere beleid begint te voeren – het in vraag stellen van de besparingslogica, van de terugbetaling van de overheidsschuld, de belasting op de grote vermogens en het herinvoeren van controle op verkeer van kapitaal – dan zal dergelijke regering de populairste van Europa worden. Behalve voor JP Morgan en de one percenters

Advertenties
One Comment leave one →

Trackbacks

  1. Crisis | Pearltrees

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: