Skip to content

Regering en patronaat hand in hand om lonen te drukken

7 juni 2013

Stephen Bouquin, Mischa Van herck

Sociaal overleg verdwijnt

De loonnormwet legt de loonmarge op nul en dus kunnen sectorale onderhandelingen alleen handelen over die nul. De Algemene Centrale stelt is die houding onaanvaardbaar want de loonnormwet laat wel degelijk ruimte voor loonsverbeteringen. Men bijvoorbeeld inspanningen doen om de verschillen tussen arbeiders en bedienden weg te werken, sectorale minimumvoorzieningen verbeteren, de toeslag op tijdelijke werkloosheid bijvoorbeeld, of het sectorpensioenen. En daar moet gebruik van gemaakt worden, zeker in een sector als de chemie die het zo goed doet. Maar Essenscia, de patronale federatie voor de scheikunde wil zelfs geen geargumenteerd antwoord geven op het eisenprogramma van het gemeenschappelijk vakbondsfront. Ze stuurt er daarentegen op aan om afzonderlijke onderhandelingen te houden met arbeiders en bedienden, terwijl er in de chemie nu al jaren gezamenlijke bedrijfsovereenkomsten worden gesloten die werk maken van de harmonisering van de statuten. Het is duidelijk dat de patronale federatie van de scheikunde de oorlogsbijl heeft opgegraven. “

Bovendien wil de werkgeversfederatie in het sectorale akkoord vastleggen dat er ook in de bedrijven niet mag onderhandeld worden over verbeteringen van de loon- en arbeidsvoorwaarden. Op die manier probeert ze komaf te maken met de traditie van sterke bedrijfsakkoorden. Geen enkele werknemer in de chemie zal dit accepteren.” aldus nog AC-ABVV.Vandaag wil het patronaat gebruik steunen op een loonnorm van 0%, eenzijdig opgelegd bij KB nadat de interprofessionele onderhandelingen spaak lie pen. Het argument is gekend: de loonkosten moeten dalen opdat de competitiviteit van de Belgische ondernemingen gevrijwaard zou blijven. Dit is niet de eerste keer. In 1993 besliste de regering Dehaene hetzelfde voor de twee daaropvolgende jaren. Na maanden actie was het sociaal pact gekelderd en werd er een “globaal plan” gestemd door de Rooms-Rode coalitie onder premierschap van JL Dehaene. In 1996 was het terug van hetzelfde zij het op iets verzachtte wijze. In de daarop volgende jaren schommelde de loonnorm tussen 4 en 6,5% op tweejaarlijkse basis, met inbegrip van inflatie en baremieke verhogingen. Goed voor een netto-loonopslag van 1,5 à 2% op jaarbasis.

Van kwaad naar erger

Gedurende de jaren van economische groei hadden ondernemingen hun personeel broodnodig, liefst zo gemotiveerd mogelijk en bijgevolg was een loonnorm van 6% in feite een peulschil. Overigens waren ondernemingen in staat het gros van de productiviteitswinsten op zak te steken. Ook de belastingdruk was makkelijk te ontwijken via de gekende spitstechnologie met de notionele belastingaftrek als kroonstuk. In sectoren zoals de scheikunde vertegenwoordigt de loonmassa (lonen + sociale zekerheidsbijdragen) maar een kleine fractie van de productiekosten. We geven hier ter illustratie de cijfers van BASF. Deze tonen aan dat het aandeel van de loonmassa in de omzet bijna gehalveerd werd op 10 jaar tijd. Deze evolutie was mogelijk dankzij verregaande automatisering. Arbeidsintensieve taken werden al lang uitbesteed, en subcontractors werken niet meer aan uurlonen van 25 euro/ uur. 1-BASF-graf1 In 2012 haalde men het spook van de ‘loonhandicap’ opnieuw uit de kast. De lonen zouden ‘ontsporen’ in vergelijking met buurlanden, zijnde Nederland, Duitsland en Frankrijk. In Duitsland hebben we de lonen fors zien dalen dankzij de afwezigheid van een minimumloon en de mogelijkheid voor patroons om sectorale loonakkoorden niet toe te passen. De beruchte mini-jobs, goed voor een maandinkomen van 400 euro, of uurlonen van 4 euro hebben diepe gaten geslagen en een neerwaartse loonspiraal op gang gebracht. Frankrijk ging ook de helling af. Het wettelijk minimumloon is de bodem en daarboven bestaat er niet veel meer overleg inzake loonvorming, zeker niet op sectoraal vlak. Niet alleen zijn de vakbonden relatief zwak maar juridisch zijn patroons enkel verplicht op ondernemingsvlak te onderhandelen. Wanneer de buurlanden omlaag tuimelen is het niet verwonderlijk dat Belgische lonen opeens een “handicap” vertonen. Maar blijkbaar volgt in regeringskringen niemand deze redenering…

Bedenkelijke berekeningen zaaien angst

Deze gehele berekeningswijze is echter fundamenteel verkeerd. Men vergelijkt in de ramingen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven geaggregeerde gemiddelden van uurlonen. Berekeningen zijn gebaseerd op landelijke gemiddelden en deze vermengen dus de zeer talrijke laagste lonen (de mini-jobs) met de redelijke lonen die er nog zijn dankzij de acties van IG Metal of IG Chemie.  In het CRB rapport van november 2012, waarop de regering zich baseerde om een loonstop voor te stellen (en daarna op te leggen) was er sprake van een ‘handicap’ van 5,1%. Een overtrokken cijfer omdat de berekening van het Belgische gemiddelde GEEN rekening hield  met de zeer talrijke loonsubsidies die ondernemingen weten te bekomen. Volgens de berekeningen van de studiedienst van de CNE (franstalige LBC) situeerde de ‘handicap’ zich maar op 3,4%. Een pak lager dus. Komt daarbij dat men in de vergelijking met Nederland, Frankrijk en Duitsland geen ‘gewogen’ gemiddelde hanteert. Het Duits BBP weegt het zwaarst wat dus ook betekent dat de loonevolutie van de Duitsers zwaarder doorwegen in de vergelijking. Dit veroorzaakt een scheeftrekking die men handig weet uit te spelen om iedereen te overtuigen dat “onze competitiviteit achteruit boert”. Wanneer we de vergelijking enkel maken met Nederland en Frankrijk blijkt dat onze Belgische lonen (gemiddeld) 11% lager liggen dan over de Moerdijk en nog steeds 2% lager dan in Frankrijk.

Arbeid, lonen en productiviteit

Lonen vertegenwoordigen de bezoldiging van een arbeidsprestatie die toegevoegde waarde schept. Indien er tijdens één werkuur meer stuks worden gemaakt, indien de output aangroeit per gewerkt uur, dan zou het uurloon normaliter evenredig moeten stijgen. Maar de koppeling tussen lonen en productiviteit werd sinds de wet van 1989 terzijde geschoven. Nochtans is dat de enige juiste benadering. Het beste bewijs wordt geleverd door het Bureau of Labor Statistics van de VS[1]. De Amerikaanse multinationals investeringen niet blindelings en hun cijfers zijn bijgevolg heel betrouwbaar. In hun meest recent rapport krijgen we te zien (zie grafiek 2) dat België nog steeds een merkbaar hogere productiviteit heeft dan Duitsland, Nederland of Frankrijk. We werken gewoon harder en beter…  Het interesseert de patroons in de eerste plaats hoeveel “output” per gewerkt uur ze bekomen en pas in tweede instantie of de lonen kunnen achterna hinken op de geleverde output want aldus strijken ze een extra-winst op. Maar deze data worden altijd achterwege gehouden zodat men zich kan blindstaren op de nominale uurlonenlonen. De concurrentiekracht is een samenspel van onze uurlonen, onze productiviteit en de wisselkoersen. We spreken dan over de kost per eenheid product[2].

1-tabel2BBPgewerktuur-2

Onze ‘veel hoge uurlonen’ worden gekoppeld aan verlies van marktaandeel in de wereldhandel alsof er op dit vlak een eenduidig causaal verband zou bestaan.  Nochtans is die relatie helemaal niet vanzelfsprekend in de economie. Meer nog, econoom Nicolas Kaldor toonde ons al in de jaren zeventig aan dat er helemaal geen verband is tussen loonkosten per eenheid product en de marktpositie van een land. Ook constateerde hij dat landen met de snelste verbetering in hun exportmarktaandeel vaak ook diegenen zijn met de snelste kostenstijging. Die landen concurreren dan niet zozeer op kosten en prijzen maar wel op technologie, innovatie en productkwaliteit. En laat nu daar net het Belgisch schoentje knellen.

De averechtse effecten van het loonmatigingsbeleid

Talrijke economen, overigens verre van marxistisch geïnspireerd, hebben aangetoond dat het loonmatigingsbeleid op korte termijn een zeer beperkte impact heeft op tewerkstelling en op lange termijn eerder negatief doorweegt. Op korte termijn ontstaat er een extra-winstmarge dankzij de daling van loonkosten. Maar van zodra concurrenten, al dan niet in andere landen, dezelfde beweging inzetten verdwijnt dit voordeel. De ronde kan dan opnieuw beginnen. Op vernieuwingsmarkten (bestaande uitrusting wordt vernieuwd)  zal het concurrentievoordeel misschien wel voor een groter marktaandeel zorgen. Maar omdat de globale vraag (bepaald door de koopkracht) weinig of niet toeneemt gebeurt kan dit enkel ten koste van de concurrentie gebeuren[3]. salairesvaleurajoutée Dit is ook de globale tendens van de laatste 25 jaar. Volgens berekeningen van Franse econoom Michel Husson is het aandeel van de lonen in de toegevoegde waarde in Europa (EU17) van 73% in 1991 naar 64% in 2010 gedaald[4]. Het aandeel van de winsten is dus gestegen van 27% naar 36%. De grafiek ontleend aan de berekeningen van Tali Kristal bevestigt deze tendens op algemeen maatschappelijk niveau en we zien voor België het aandeel van inkomsten uit loonarbeid dalen van 80% in het Nationaal Inkomen tot 66% in 2004[5]. Het  loonmatigingsbeleid heeft overigens een negatieve impact op de lange termijn, en dit ook vanuit oogpunt van het kapitaal. De studies van Nederlandse econoom Alfred Kleinknecht tonen aan dat loonmatiging de groei van de productiviteit vermindert wat zich uiteindelijk vertaalt in verminderde concurrentiepositie[6]. Loonmatiging gaat samen met een arbeidsintensieve, laagproductieve groei en leidt tot een vicieuze cirkel waarbij de daling van de arbeidsproductiviteit een verlies aan concurrentiekracht in gang zet ten gevolge van een erosie kostenvoordelen en een verlies van technologische voorsprong en dit zet op zijn beurt aan tot nog meer loonmatiging en lastenverlagingen.

Aandeel lonen in Nationaal Inkomen

Aandeel lonen in Nationaal Inkomen
(bron OESO + berekeningen T. Kristal)

Verstaatsing van loonoverleg

De regering besliste in februari het gebuisde IPA via wettelijke weg door te drukken. Gedurende heel de onderhandelingsronde herhaalden Laurette Onkelinx en Monica De Coninck tot in den treure toe dat er geen loonstop zou opgelegd worden vermits barema-verhogingen wel mochten, vermits het minimumloon wel mocht stijgen, (CAO 43) en jongerenlonen evenzeer (CAO °50).  Eenmaal de brand geblust was na de betoging van 14 maart zette de regering haar machinerie terug in gang. Reeds in november 2012 kondigde Di Rupo aan dat de loonwet van 1996 zou herschreven worden. In de laatste versies die ter discussie liggen wordt duidelijk dat er een zwaard van Damokles boven de vakbeweging hangt:

  1. Een striktere definiëring van de loonnorm op basis van de loonevolutie van de voorbije jaren én een projectie in de toekomst. De basis waarop berekeningen worden gemaakt wordt dus veel ruimer wat de deur opent voor grotere scheeftrekkingen. Dankzij deze nieuwe definitie kan een regering een loonstop van 6 jaar afkondigen. Voor elke “loonhandicap” zal automatisch een loonmatiging of loonstop gebruikt worden om deze recht te trekken. Correctiemechanismen op andere vlakken zijn uit den boze. Het herijken van data  eveneens. Het verrekenen van productiviteit in de berekening blijkbaar ook. Het enige dat voorzien wordt zijn intersectorale correctiemechanismen.
  2. Sancties bij overtredingen. Vandaag kan de regering enkel en alleen weigeren een CAO te erkennen (ttz niet omzetten in KB). In het voorontwerp van de nieuwe wet zullen ondernemingen gesanctioneerd worden indien zij de loonnorm overstijgen. Volgens het Ministerie van Arbeid betreffen deze overtredingen 1 werkgever op 4. De patroons riskeren een boete van 600 à 6000 euro per werkende in geval van een overtreding.
  3. Belonen van goed gedrag met ons geld. De regering voorziet een beloning van goed gedrag voor de patroons die de volgende jaren (!) de loonnorm respecteren. Indien de lonen daadwerkelijk geblokkeerd worden krijgen ze een eerste cadeau van 600 miljoen euro en dit bedrag zal nog eens beschikbaar zijn na een nieuwe controle. In totaal wordt 1,2 miljard euro voorzien om hen aan te moedigen de lonen daadwerkelijk te blokkeren. De wet toepassen is blijkbaar niet voldoende. Het is alsof je een 100 euro krijgt als je voor een rood licht stopt…
  4. Het sectoraal loonoverleg wordt een lege huls en de nieuwe wet wil een beweging in gang zetten om zoveel mogelijk bedrijf per bedrijf te onderhandelen.
  5. Indien de toepassing van de index een correctiemechanisme in gang zou zetten dat tot een loonhandicap lijdt (opnieuw de vergelijking met NL, D, F), dan dient deze aanpassing bevroren te worden.

Dergelijk voorstel tart elke verbeelding. Het loonoverleg stak al in een korset.  Indien deze wetsherziening erdoor komt, dan wordt het in een dwangbuis gestoken. Zonder ideologisch te worden kan men stellen dat dergelijk stelsel van sociaal overleg de syndicale beweging ofwel uitrangeert als collectieve belangenbehartiger van de werkende bevolking ofwel omvormt tot een staatsagentschap dat sociale achteruitgang mee organiseert. Deze tweede optie hangt reeds enige tijd in de lucht. Het is geen toeval dat vakbonden wordt gevraagd sociale fraudeurs op te sporen bij hun leden met een sanctie/bonus aanpak vanuit de Sociale Zekerheid.[7]  Volgens het patronaat betoogde men op 6 juni tegen de democratie [1]… Het uitvaardigen van een loonnorm per KB is natuurlijk het summum van de democratische dictatuur tegen de sociale meerderheid. Vandaag stellen we vast dat het neoliberalisme zich niet alleen doorzet met de hulp van de regering maar ook tot een verstaatsing van het sociaal overleg leidt.


 

_________________


[2] Als men enkel naar de uurlonen kijkt dan vergelijken we appelen met peren. Immers, wanneer twee bedrijven identieke producten vervaardigen doch verschillende lonen hanteren, dan kunnen zij toch even concurrentieel zijn indien het bedrijf met de hogere lonen productiever is dan het bedrijf met de lagere lonen. Indien bedrijf A een uurloon heeft van 20 euro en 40 producten per uur maakt en bedrijf B een uurloon heeft van 10 euro per uur doch slechts 20 producten per uur maakt, dan zijn zij even concurrentieel. Beide hebben dan immers een loonkost per eenheid product van 0,5 euro. Als je bij de slager veels gaat kopen, dan krijg je toch ook niet te horen dat die 15 euro kost. Er wordt dan ook vermeld hoeveel je voor die 15 euro krijgt. Gaat het over 15 euro voor 100 gram of gaat het over 15 euro per kilo. Zonder deze nuance is elke vergelijking onmogelijk!
[3] inzake duurzame consumptiegoederen zijn de europese afzetmarkten verzadigd.
[4] Michel Husson, Le partage de la valeur ajoutée en Europe, Revue de l’IRES n°64, 2010/1.
[5]  Tali Kristal, (2010), Good Times, Bad Times: Postwar Labor’s Share of National Income in Capitalist Democracies, in American Sociological review, 75(5) 729–763
[6] zie o.m. A. Kleinknecht, The impact of labour market deregulation on productivity, in Journal of Postkeynesian Economics, winter 2010-2011, vol 33
[7] “De vakbonden zouden per dossier een lager bedrag krijgen, maar zouden aanspraak kunnen maken op eventuele bonussen als ze frauderende werklozen kunnen snappen” lezen we in De Tijd  van zat. 1 juni (http://www.tijd.be/nieuws/politiek_economie_belgie/)
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: