Skip to content

Links moet ook durven

6 juni 2013

Het sectoraal overleg zit in het slop. De vakbeweging wordt geconfronteerd met een loonblokkering voor de komende twee jaar, verlengbaar tot in 2018 ‘vermits de loonhandicap volledig weggewerkt moet worden’. Patroons weigeren te onderhandelen en dreigen bestaande CAO’s niet te verlengen, onder meer inzake brugpensioenen. De regering bereidt nu reeds de volgende aanval voor. De aanpassing van de loonwet van 1996 voorziet een automatische toepassing van de loonnorm, met jaarlijkse correcties. Patroons worden gesanctioneerd indien ze de loonnorm niet respecteren en krijgen ‘incentives’, met openbaar geld, van de Sociale zekerheid of van de belastingbetalers ter waarde 1,2 miljard euro.

Het ontbreekt syndicalisten niet aan de overtuiging dat de loonnorm pervers is, dat sociale dumping iedereen naar omlaag trekt. Bestaat er wel een alternatief is de vraag die iedereen zich stelt.  Ook vragen velen zich af  hoe we het tij kunnen keren en nieuwe aanvallen afslaan?

Welk alternatief?

1).  Een vrijhandel zonder sociale vloer trekt iedereen naar omlaag. Daarom moet sociale dumping van buiten Europa afgebouwd worden door middel van het invoeren van sociale en ecologische clausules die douanetarieven verhogen bij niet respect van de basis-conventies van de ILO. De geldelijke inkomsten hiervan dienen uitsluitend aangewend te worden om vakbeweging en sociale bescherming te financieren in landen zoals Bangladesh.

2). De sociale dumping tussen Europese landen moet ook afgebouwd worden. Een Europees minimumloon met een kalender van opwaartse harmonisatie is absoluut prioritair. Gecoördineerd loonoverleg kan vanaf nu uitgebouwd worden. Zo kunnen de vakbonden van België, Duitsland, Nederland en Frankrijk zowel op interprofessioneel als sectoraal vlak zelf vergelijkingen maken en samen streven naar een opwaartse loonbeweging. Het volstaat over de grenzen heen afspraken te maken rond looneisen en met dergelijke eisenbundel naar de werkgevers te stappen.

3). Een correcte berekeningswijze inzake analyse van de loonevolutie is essentieel. De vergelijking op basis van nominale uurlonen moet vervangen worden door evenwichtige berekeningen rekening houdend met de productiviteit en sectorale verschillen. De nieuwe loonwet zou de fouten van de wet van 1996 moeten wegwerken in plaats van er nieuwe aan toe te voegen.

4). De economie moet uit de greep van het casinokapitalisme gehaald worden. De overheid moet een kader scheppen waarbij de productie van goederen en diensten in functie van sociale behoeften voorrang krijgen, rekening houdende met ecologisch draagvlak. Kredietverstrekking vanuit een openbare bank de reële economie uit het slop trekken, en de industrie en diensten op andere sporen brengen.

5). Een grondige hervorming van de fiscaliteit moet ervoor zorgen dat geproduceerde rijkdom niet meer versluisd wordt naar fiscale paradijzen, maar opnieuw in de reële economie wordt geïnvesteerd, in een grootscheeps sociaal noodplan, dat zowel voor verbetering zorgt van de levenstandaard, de sociale zekerheid van de noodzakelijke middelen voorziet en verarming stopzet.

Op twee fronten

Het is intussen duidelijk geworden dat de vakbeweging op twee fronten moet vechten: tegen de patroons en tegen het regeringsbeleid. Natuurlijk zijn deze twee fronten niet dezelfde: de belangen van de patroons staan haaks op deze van de arbeid. Zij komen op voor hun belangen, nog meer in tijden van crisis. Op politiek vlak blijkt dat de syndicale beweging bondgenoten heeft die voornamelijk naar de patroons luisteren. Niet toevallig richtte Bruno Tobback zich op de vooravond van 1 mei naar … de werkgeversorganisaties. Maar op beide fronten zit niet alles muurvast, in tegenstelling dat wat pessimisten beweren.

Op het economische front valt nog te bezien of de patronale federaties een krachtmeting willen aangaan. Op de patronale weigering onderhandelingen te openen bestaat maar één repliek: de confrontatie aangaan en het écht weerstandvermogen van de tegenstrever aftoetsen.

Het is natuurlijk moeilijk concrete looneisen te formuleren vermits er een loonstop afgekondigd werd. Maar ook hierop kan gereplikeerd worden met acties en onderhandelingen die de productiviteit als doelwit nemen: [beter werken = trager werken], [gezonder werken = trager werken]. Acties die erop gericht zijn de werkomstandigheden aan te passen aan wat menselijk, draaglijk en niet langer ongezond is zou wel eens een flinke vermindering kunnen teweeg brengen in de output/gewerkt uur. Kortom, men kan het patronaat laten voelen dat het personeel geen machines zijn maar mensen die zich niet zomaar laten afpersen. De vakbeweging heeft nog altijd dergelijke actieterreinen. Benieuwd of het patronaal front niet op dergelijke wijze verdeeld kan worden. Indien wel is er een bres geopend en dan kan de situatie kantelen.

Op het politieke front is de situatie evenmin hopeloos. We weten waar deze regering voor staat en voor gaat: de agenda van de Europese commissie uitvoeren inzake besparingen, sociale bescherming afbouwen en zogenaamde loonhandicaps wegwerken. De betoging van 6 juni situeert zich in het verlengstuk van de acties van 21 februari en 14 maart. Een algemene staking hangt nu niet in de lucht maar men kan wel een hete herfst aankondigen. Een brede campagne naar de werkende bevolking, met sensibilisering en prikacties kan de regering het vuur aan de schenen leggen. De aankomende verkiezingen hebben zowel sp.a als PS aangezet hun profiel aan te passen. Links taalgebruik is toegelaten, hoe ongeloofwaardig dit ook klinkt. Dit bewijst dat ze de verkiezingen vrezen en het progressief electoraat, dat natuurlijk veel minder gevoelig is voor de syndicale materie, wil sussen. Maar dat betekent ook dat er een opening is om op politiek terrein een links alternatief gezamenlijk uit te dragen. Natuurlijk bestaat de rechtse dreiging van de NVA nog steeds, natuurlijk is de verrechtsing in de samenleving niet verdwenen maar een offensieve houding van de vakbeweging zal ook doorwegen in de publieke opinie.

De achilleshiel van de regeringspartijen is nu zichtbaar geworden. Indien sectoren van de syndicale beweging het voortouw nemen om een politiek initiatief te nemen naar 2014 toe, dan zal op de Grasmarkt en de Keizerslaan het koud zweet uitbreken. Dergelijk initiatief kan verschillende vormen aannemen.  Men kan vanuit ABVV alle sp.a en PS verkozenen bestoken met een campagne waarbij de dreiging gehanteerd wordt dat er in 2014 een actieve campagne te voeren tegen hun kandidatuur. Vanuit het ACV kan hetzelfde gedaan worden. Van zodra er stemmen opgaan om een ‘vakbondspartij’ te stichten (zoals Jan Blommaert bepleitte) zou ook dit in de regering tot nadenken aanzetten. Zij moeten dan maar hun anti-sociale hervormingen inslikken. Kortom, in pre-electorale tijden kan een rood-groene alliantie van onderuit een grote impact hebben. Daarnaast is er behoefte  aan een linkse frontvorming waarbij PVDA, ROOD! en andere krachten aan één zeel trekken. Niet het minst omdat het een perspectief biedt naar de toekomst toe: de werkende bevolking zou opnieuw een consequente stem verwerven in het parlement. Links moet ook durven!

 

Brussel/Athene 6 juni 2013

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: